Inhoud

Inhoud


Zomaargasten op Theaterfestival Boulevard


We hadden de grote eer om tijdens een aangepaste versie van Theaterfestival Boulevard elf dagen achter elkaar ons programma Zomaargasten te mogen spelen. We schreven daar de onderstaande drie columns over.

Column 1: Prachtmensen

We hadden met Zomaargasten al op veel plekken gespeeld, maar nog nooit in een parkeergarage. Tot gister.
Organisator Willem -“Ik moet iets te doen hebben, anders ga ik zitten klieren”- heet ons welkom. Hij vertelt dat naast de parkeergarage van het Cementrum een kelder zit, waar vrijwilligers fietsen opknappen en nieuwe Nederlanders leren hoe ze zich in hemelsnaam door het Nederlandse verkeer moeten manoeuvreren. Tijdens de rondleiding zegt hij: “Ik kan er niks aan doen: ik wil mensen helpen.”
 
Toen hij hoorde dat wij 11 dagen lang locaties zochten om onze voorstelling te spelen, aarzelde hij geen moment. Het concept van Zomaargasten is simpel: wij plukken iemand uit het publiek en interviewen hem of haar over het leven, de dromen, ambities, de kleine en grote hartstochtjes. “En hier stikt het van de verhalen.”
 
We zeggen Willem dat we niet teveel willen weten van het publiek dat straks komt, omdat we onbevangen gesprekken willen. “Ja, dan moet je Frans hebben, die heeft zoveel meegemaakt. Hij is in de tachtig en hij rijdt nog steeds elke dag op zijn motor.” Veel vrijwilligers passeren de revue, net als nieuwkomers die lessen kwamen nemen en daklozen die opbloeiden als zij zich eindelijk gezien voelden. “Prachtmensen, stuk voor stuk.”
 
Uiteindelijk spraken we een drietal mensen waar we nog niet alles van wisten. zaten We leerden een tropenarts kennen die de bevalling van zijn eigen kinderen had begeleid en die voor toekomstige vaders uit het publiek nog een duidelijk advies had voor bij de naderende bevalling: “Handen op je rug en níet in de weg lopen.” We spraken een ecotoxicoloog die haar geliefde leerde kennen bij de MacDonalds. En een Iraanse Nederlander die in het Perzisch een gedicht van Rumi voordroeg over een vogeltje dat de kooi uit wil, maar daarna heimwee krijgt. 
 
Na de voorstelling hielp Willem ons met het inladen van het decor. Hij zei dat ie ontroerd was. “Weet je wat zo mooi was. Iedereen mocht zichzelf zijn vanavond.” En toen de laatste spullen in de bus zaten: “Dat is nu precies waarom ik de project ooit heb opgericht.”
 
 
Column 2: Gozer


‘Gozer!’ klinkt het wanneer wij de tuin van De Heerlijkheid binnenstappen. Het is een welkom zoals we dat niet eerder kregen tijdens onze reis langs in totaal elf prachtige plekken in en om Den Bosch. We zijn uitgenodigd door Marike en Rick, die drie jaar eerder hun prille Tinder-relatie bestendigden met de koop van een adembenemend huis in dit piepkleine dorpje aan de Maas. Wikipedia leert ons dat Bokhoven in de 14e eeuw uitgroeide tot “heerlijkheid”, een Middeleeuwse bestuursvorm. Het werd ook de naam die Marike en Rick gaven aan hun eigen nieuwe optrekje. En heerlijk ís het er, daar in dat liefdevolle huis, die prachtige tuin en het inspirerende atelier, waar zij wonen met een zwik aan (bonus)kinderen en dus met een joekel van een labradoodle, genaamd Gozer.


Het grote zwarte dier scharrelt rustig door de tuin terwijl wij aan het opbouwen zijn. ‘Je moet de mensen zien kijken,’ lacht Rick. ‘Loop ik over straat en roep ik Gozer, dan draait meteen iedereen zich om.’ Het duurde kortom niet lang of de hond was een bekendheid daar in Bokhoven, wat met zich meebracht dat de algemene regels niet voor hem gelden. Gozer zwemt bijvoorbeeld graag in het water achter het hekje waar “verboden voor honden” op staat. Dat mag hij gewoon. En dankzij hem durven wij er zelf ook even in te duiken op deze bloedhete dag, vlak voordat we beginnen met de voorstelling.


In ons interviewprogramma Zomaargasten spreken we elke dag willekeurige bezoekers over hun leven. In De Heerlijkheid leidt dat tot een gesprek met iemand die als kind droomde van een toekomst als veearts, maar uiteindelijk met computers ging werken in India. We interviewen een vergevingscoach die gedurende haar leven had ingezien dat boosheid ‘vergif is wat je anderen wilt geven, maar jezelf toedient’. En tot slot een man die naar eigen zeggen niet zo in de openbaarheid hoeft. Schoorvoetend stapt hij naar voren, om vervolgens een prachtig inkijkje te geven in zijn bewogen leven.


Jaren geleden ontmoette hij de liefde van zijn leven. Enige probleem: hij had een relatie met een vrouw en deze nieuwe vlam was een man. Er volgt een gesprek over acceptatie, over wel of niet mogen zijn wie je bent. En de vraag waarom regels die voor niemand gelden wél opgaan voor jou. ‘Waarom mogen mijn man en ik geen bloed geven bij de bloedbank, terwijl we monogamer zijn dan de gemiddelde hetero?’ Ook durft hij nog altijd niet hand in hand over straat te lopen. Alleen als het echt heel donker is, als niemand het ziet.

En ja, dat is behoorlijk eenzaam soms. ‘Als ik buiten even een arm om me heen nodig heb, dan is er niemand,’ slikt hij. Het valt even stil en dan gebeurt wat niemand had verwacht: uitgerekend op dat moment springt Gozer, die het hele gesprek gevolgd heeft, het podium op. En terwijl de laatste woorden van de gast nog in onze hoofden naklinken en niemand van ons de anderhalvemeterregel doorbreekt, legt het dier z’n snuit zachtjes op zijn schoot.


Column 3: Worden wie je bent

Mensen vragen het vaak: hoe kiezen jullie de Zomaargast? Het antwoord is simpel: een klik. Vóór corona zat het in een handdruk bij binnenkomst, nu vaak in de twinkeling in iemands ogen.
 
In Jongerencentrum PowerUp073 zat die twinkeling bij een kerel van begin twintig. Hij kwam binnen, kreeg een elleboog van Patrick – duidelijk de hipste van ons twee – en een kort gesprek ontspon. Hij bleek te werken bij Intertoys, net afgestudeerd te zijn als meubelmaker, een bloedmooie vriendin te hebben... Enfin, allemaal kleine faits-divers waarover wij dachten dat een eventueel interview zou gaan. Maar waar het ons dus om ging was zijn stralende blik.
 
‘Genieten van het leven. En zijn wie je wil zijn,’ antwoordde hij, toen hij eenmaal op het podium zat en gevraagd werd naar zijn grote levensles. ‘Ik ben eindelijk wie ik wil zijn.’
‘Eindelijk?’
‘Ja, ik ben transgender. Ik ben geboren als meisje, dus het heeft wat moeite gekost.’
Er viel een kleine stilte. ‘Kortgeleden heb ik mijn borsten laten verwijderen,’ zegt hij, ‘Dat was heel fijn. Maar ik wil het niet zwaar maken, hoor!’
‘Het lijkt me juist een feest om dit te kunnen zeggen.’
‘Ja, dat is ook zo. Maar daarvoor waren er wel een heleboel struggles met mezelf. Ik had alleen geen keus: ik moest mijn gevoel achterna.’
 
Op geen enkele manier hadden we vermoed dat het gesprek deze kant op zou gaan. Maar dit is dus precies wat er bij elke editie van Zomaargasten gebeurt: door je gewoon open te stellen komen de meest betekenisvolle verhalen zomaar naar boven.
 
‘Jij bent één van de weinigen die uit eigen ervaring kan zeggen wat het verschil is tussen hoe er naar mannen en naar vrouwen wordt gekeken.’
‘Klopt, ik heb heel lang als vrouw geleefd, dus als mijn vriendin ongesteld is, dan weet ik wat zij meemaakt. Ik snap het gewoon. Ideaal.’
‘Word je nu als man ook anders behandeld?’
‘Zeker. Ik ben net afgestudeerd als meubelmaker en heb stagegelopen als meisje én als jongen. Als meisje mocht ik de zaag niet gebruiken. Dat is letterlijk gebeurd. “Gebruik jij de zaag maar niet, dat doen wij wel voor je,” zeiden ze.’
 
Elke editie van Zomaargasten dient zich wel iets aan zoals dit. Wat ons er des te meer van overtuigt dat deze gesprekken ook mogelijk moeten zijn buiten het podium. Gewoon op straat. Wachtend op de bus. Door een toevallige voorbijganger aan te spreken en simpelweg te luisteren.
 
‘Je kwam hier zitten en zei: geniet van het leven en ben wie je wilt zijn. Het klinkt alsof dat is gelukt.’ Hij knikte en lachte breed. Opnieuw die twinkeling in zijn ogen. ‘Ben je gelukkig?’
‘Ja, ik denk het wel,’ klonk het, ineens een tikkeltje verlegen. En dan met een lichte aarzeling: ‘Ik vind dat een beetje eng om te zeggen, maar ik bén het wel.’
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

 



Terug naar Nieuws
p. 838