Inhoud

Inhoud


Café De Zaak


Column voor ELLE, 2014.

 



Wie er na veel geduld eindelijk in geslaagd is om een plekje te vinden op het zonovergoten terras van Café De Zaak, die hoeft zich voorlopig niet te vervelen. Het straatje achter het Utrechtse stadhuis geldt als een doorgaande route voor mafketels en andere types die er prat op gaan dat ze zo ontzettend heerlijk zichzelf kunnen zijn. Zo treffen we daar met een beetje mazzel een besnorde indiaan op een bont versierde fiets met geïntegreerde reggeagettoblaster, een in wit linnen gehulde levenskunstenaar wiens voornaamste bezigheid bestaat uit dag en nacht door de stad rondslenteren, een blinde man die uitstekend alle straatgeluiden kan dirigeren, een bedelende radslagkoning met kennis van het Tweede Dal Universum en als je helemaal boft dan wordt dat vrolijke geheel afgemaakt met een handjevol loslopende gemeenteraadsleden. Op dat moment wordt het een straatbeeld uitdagend zoekplaatje en ben je al gauw een hele middag zoet met het bepalen van de meest ontoerekeningsvatbare.
Mocht dat nog niet genoeg vermaak zijn voor een simpele koffiedrinker, dan voorziet het gemeentebestuur in meer entertainment: in Praag hebben ze een astronomische uurwerk met lelijke poppetjes, Utrecht heeft twee grote stadhuisdeuren waaruit elk uur een vers bruidspaar tevoorschijn komt. Via de broer van een oom van een buurman z’n moeder konden zij een glimmende ouwe auto regelen om maar te onderstrepen dat het just van just married niet mag worden vertaald als ‘gewoon’ en de terraszitters zijn dan ook zeer bereid telkens weer uitbundig te applaudisseren voor het beduusde paar. Bruidskappers hebben zo te zien overuren gemaakt om het betraande meisje een kapsel aan te meten dat feitelijk niet bestaat en waarover niemand het moet wagen te melden wat hij er écht van vindt. De jongen naast haar, die overduidelijk niet gewend is om in het middelpunt van de belangstelling te staan, laat staan wanneer hij gebukt gaat onder emoties, draagt zijn pak met het witte bloemetje zoals Jezus Christus zijn kruis: van hemzelf had het niet zo gehoeven, maar zijn vader wilde het nu eenmaal zo.
En wij met z’n allen maar kijken.
Zijn de nazomermaanden in volle gang, dan wil men het pleintje ook nog wel eens gebruiken om in groepsverband de tango te dansen. Dat is een bewegingsritueel dat ooit speciaal werd uitgevonden voor uitslovers en voor dromerige echtgenotes die al een poosje zochten naar een adequate manier om hun relatie definitief om zeep te helpen. ‘Konden wij maar zo lekker dansen,’ klinkt voor de slechte verstaander nog vrij diplomatiek, maar elke ervaren man is zich er ten volste van bewust dat een echtelijk ‘wij’ in het gros van de gevallen niet op heel veel andere manieren kan worden geïnterpreteerd dan als een verwijtend ‘jij’. En natuurlijk: zelf doorzie je al lang dat die kerel met die losse heupjes daar heus niet bereid is om steeds maar weer zonder te mokken mee te gaan naar leuke winkeltjes of naar een hé-wat-is-dit-voor-authentiek-steegje, maar peuter dat haar nu maar eens aan haar verstand. Een verloren zaak.
Zo zitten we daar dus op het terras, terwijl het zonnetje langzaam maar zeker van links boven het stadhuis naar rechts achter Broodje Ploff verdwijnt. Van de koffieverkeerd met het sponzige cakeje zijn we overgestapt op een halve liter witbier, we hebben tosti’s besteld, misschien zelfs een bakje nacho’s. En we maken voorlopig geen aanstalten om op te staan. Neenee, we kijken wel link uit. Die tocht langs al die tafeltjes en stoeltjes onderweg naar onze fiets, die stellen we het liefst zo lang mogelijk uit. Zo’n dagje mensen kijken heeft namelijk één gevaarlijk nadeel: zo dadelijk kijkt iedereen op precies diezelfde manier naar jou.
           
Column voor ELLE, 2014.


Terug naar Columns&Verhalen
p. 54