Inhoud

Inhoud


Gay Bond


Een column voor Paper, 2015.


‘Je hebt er best lang over gedaan, voor een jongen met zo’n goed stel hersens,” zei jij. In jouw studio zat Tofik Dibi. Jarenlang had hij zijn geaardheid verzwegen, uit angst te worden verstoten. Al die tijd kon hij zich niet te herkennen in anderen, en vreesde hij daarom dat een kwaadaardige demon – Djinn – bezit van hem had genomen.
‘Ik zeg het nog maar een keer,’ drong jij aan, ‘Zo’n slimme jongen als jij…’
Het was alsof je wilde zeggen: stel nou dat die knul ietsje dommer was, dan was het logisch dat hij in de knoop zat. Maar nu hij gestudeerd had en in het openbaar een stabiele indruk maakte, was het toch wel een tikkeltje mal dat hij met zichzelf worstelde. Hij zou beter moeten weten, en tóch was hij bang. Dat maakte hem tot een dubbele slappeling, nietwaar? Dus nogmaals: ‘Je kan goed praten, je kan goed nadenken…’
Maar, Matthijs, wanneer je intelligente hoofd tegen je zegt dat er geen enkele reden is voor paniek, en precies datzelfde intelligente hoofd zegt op exact datzelfde moment dat er álle reden is voor paniek, welk deel van dat intelligente hoofd moet je dan geloven? En hoe moet hetzelfde intelligente hoofd dat jou zo laat tobben, je tegelijkertijd geruststellen? Of, meer beeldend: als je eenmaal in drijfzand bent beland, zou het je dan lukken om je aan je eigen haren omhoog te trekken? Dan kan je nog zo goed praten en nog zo goed nadenken, het helpt je alleen geen bal.
Tafelheer Koos Postma deed een duit in het zakje en herinnerde je aan je succesvolle carrière.
            ‘Je weet nooit wat er in iemand omgaat,’ antwoordde Tofik terecht. Daarna deed hij de suggestie dat het bij jou vanbinnen wellicht ook niet enkel rozengeur en maneschijn is. Een opluchting zou dat zijn, want bij gebrek aan beter vergelijken wij onze eigen onzekere binnenkant telkens maar weer met de zekere buitenkant van de ander. Geen wonder dat we ons soms zo slecht in elkaar herkennen en ons bij tijd en wijle – en soms een heel leven lang – zo verloren kunnen voelen.
            De kans om open te zijn, zoals je laatst nog deed in Volkskrant Magazine, liet je passeren. Het gesprek ging verder, weer over de karikaturen van homoseksualiteit, die deze excentrieke eenling zo haarfijn onderscheidden van alle andere mensen in jouw studio. Ondertussen hingen dáár nog steeds de woorden van de vorige gast – Gijs Scholten van Aschat – die kort daarvoor de titelsong van de nieuwe James Bond besprak. Hij vond het een stom lied. Hoe stom precies? Nou: ‘The name is Bond, Gay Bond.’ Ah, helder. Wanneer je iets stom vindt, omdat het niet strookt met die alom gewenste stoere buitenkant, dan maak je dat op de Nederlandse Publieke Omroep anno 2015 blijkbaar het beste kenbaar met een grap over homoseksualiteit.
            Misschien waren het dus tóch niet enkel demonen.
 
 
Oscar Kocken - oktober 2015 - in opdracht van Paper

 

Terug naar Columns&Verhalen
"Bij gebrek aan beter vergelijken wij onze eigen onzekere binnenkant telkens maar weer met de zekere buitenkant van de ander."
p. 587