Inhoud

Inhoud


Boe Zegt De Koe


Een column voor ELLE, 2011.


Dat heb ik weer: zin om de golven in te duiken, maar niemand naast me die even op mijn spullen let. Dus daar lig ik dan in mijn uppie op het strand, omringd door als zonaanbidders vermomde kleptomanen. Mijn telefoon, sleutelbos en portemonnee kan ik nog veilig in mijn schoenen verstoppen, bedenk ik, maar wie garandeert me in godsnaam dat er op dit strand niet net een boef rondsluipt die het heeft voorzien op schoeisel?
Geconcentreerd speur ik om mij heen, zodat ik later een goed signalement van de dader zal kunnen geven. Gespuis en geteisem hoop ik te vinden, onbetrouwbaar volk dat mijn achterdocht rechtvaardigt. Al vrij vlot valt mijn oog echter op een meisje dat bladert in een blad vol Zon, Zee en Zelfinzicht. Het is een fraai gelukt exemplaar, dat meisje. Eentje door wie je één ding zeker weet: mocht het inderdaad zo zijn dat God de mensheid schiep naar Zijn evenbeeld, dan kan het niet anders of Hij was een verdomd lekker wijf. En dat wéét ze.
Maar zelfs voor de allerknapsten zit het leven vol problemen:
‘Bij de koe,’ schreeuwt ze in haar telefoon.
...        
‘Bij de koehoe.’
...
‘Gewoon zoals ik het zeg.’
...
‘Ja, boe. Een koe. Ik hoef je toch niet uit te leggen wat een koe is? Op een paal. Ja, op een paal, ja. Een koe op een paal, is dat zo gek?’
Geïrriteerd drukt ze haar mobieltje uit. Want het is nog waar ook: ze ligt naast een koe, op een paal. Zo een uit de stal van Dick Bruna. Ideaal wanneer kinderen hun moeder willen terugvinden of wanneer je een volwassen man tot wanhoop wil drijven. Met een donkere donderwolk boven haar hoofd duikt ze terug in haar me-time-blad.
Mijn blik dwaalt af en blijft hangen bij een echtpaar dat alles doet om iemand aan een jeugdtrauma te helpen: als ramptoeristen kijken ze toe hoe hun puberzoon worstelt met de om zijn smalle heupen geknoopte handdoek, waaronder langzaam maar zeker een Björn Borg-boxer vandaan glijdt. Het ligt in de lijn der bedoeling dat zijn zwembroek uiteindelijk weer omhoog gaat, maar dat gaat dus even niet zo soepel als gehoopt. De wanhopige knul komt heel wat handen tekort, maar het is duidelijk niet zijn plan dat iemand hem helpt. Voorál zijn moeder niet, die er ondertussen hoofdschuddend héél erg iets van staat te vinden. En alsof dat allemaal niet erg genoeg is, ontdoet pal daarnaast de vader zich doodgemoedereerd van zijn witte slip, laat z’n tampeloeres bungelend baden in de volle zon en trekt vervolgens onbekommerd zijn te strakke zwembroek omhoog. Voor zoonlief reden genoeg om de rest van de vakantie diep van zijn ouders te walgen.
Als ik op deze manier na een ruim uur elke badgast in kaart heb gebracht, beland ik tenslotte bij een vrouw die zichzelf heeft opgetuigd met een klimrek boven haar pronte decolleté. U weet wel: boven het badpakbovenstukje hangen allerlei stoute zwarte bandjes. Het is een modeverschijnsel dat het heeft geschopt tot de bikinivariant van Crocs en waarvoor slechts één term geschikt is als omschrijving: misverstand.
De reden dat de roodverbrande man naast haar er toch geen probleem van maakt? Die begrijp ik zodra hij opkrabbelt, haar van een plichtsgetrouwe kus voorziet en dan een sprintje trekt richting zee. En plots besef ik: ik moet een vriendin. Dát zou de uitkomst zijn! En ik hoor mijn moeder al nieuwsgierig aan de telefoon: ‘Is ze leuk? Is ze mooi? Heeft ze smaak?’
‘Niet zo,’ zeg ik, ‘Maar ze let uitstekend op mijn spullen.’


 

Terug naar Columns&Verhalen
"Schiep God de mensheid inderdaad naar Zijn evenbeeld, dan kan het niet anders of Hij was een verdomd lekker wijf."
p. 437