Inhoud

Inhoud


Dreadlock Pussy


Dat was nou ook wat: wegens fanatiek meeblèren met De meeste dromen zijn bedrog was de dood van Kurt Cobain volstrekt aan ons voorbijgegaan en toen we er eenmaal zelf een beetje aan toe raakten, bleek dat alle muzikanten met enigszins geloofwaardige levenshaat zojuist definitief waren uitgestorven. Dat hadden wij weer. Op schoolfeestjes zong men nog wel eens mee met Basket case, brugklassers sloofden zich uit op Pretty fly for a white guy, maar massaal de geodriehoek ter hand nemen om vitale levensaders open te snijden, dat was er vlak voor de eeuwwisseling niet meer bij.
Geen wonder natuurlijk, want oorlogen behoorden tot het verleden, de zeespiegel week geen millimeter van zijn plek en de Twin Towers stonden fier overeind. Het enige waarvoor wij naar het Malieveld trokken was een protest tegen de onderwijsvernieuwingen in het Studiehuis en dat ging er nou precies niet om dat we mínder les wilden, maar juist méér. Nee, strikt genomen was het aan het eind van de jaren ’90 geen vanzelfsprekendheid om met hangende schouders, zwartomrande ogen en zwaarmoedige gebaren door het leven te trekken. Voor een ouderwetse, oerdegelijke puberdepressie was maar bedroevend weinig reden. Zo godsgruwelijk weinig, dat we er doodongelukkig van werden.

Zoals dat gaat wanneer de nood hoog is, kon het natuurlijk ook nu niet anders of de redding was nabij. En jawel hoor: in Roermond hadden zes kerels precies op tijd het fanfareleven achter zich gelaten om per direct het schrijnende gebrek aan problemen op wonderbaarlijke wijze te cultiveren. Getooid met mysterieuze bijnamen kwamen zij op de proppen met een kneiterharde band, waardoor onze vreselijk ruimdenkende ouders toch op z’n minst even hun wenkbrauwen zouden optrekken. Twixy, Munch, Pat, B:art, Lombok en Guzzy, zo heetten ze.
Hun naam: Dreadlock Pussy.

Het waren hun grommende gitaren, hun donderende bassen, hun groovende drums, hun venijnig gescratch en hun gekwelde zanger die qua brulvermogen kon doorgaan voor missing link tussen Homo Sapiens en Neanderthaler, waarmee de band zich al gauw verzekerde van een mythische status. Toegegeven, hun stijl was allesbehalve nieuw en zelfs de meest argeloze luisteraar zou ogenblikkelijk invloeden van Korn en Rage Against The Machine ontdekken, maar vreemd genoeg was er tot dat moment geen enkele andere band in Nederland die dit genre op een behoorlijke manier beheerste. Wat takkeherrie betreft moesten we het doen met hardcore, streetcore en nog zo wat core’s, maar daar moest je van houden en dat deden wij niet. Wij hielden van Dreadlock Pussy.

Om onze verbondenheid te tonen, reisden we naar jongerencentrum Demo in Oisterwijk, buurthuis Tavenu in Waalwijk, punkcafé Altstadt in Eindhoven en tenslotte zelfs naar Lowlands. Week in week uit stapten wij daarom bij papa in de auto, waar we op de achterbank nog snel ons imago bijwerkten. Daar ging behoorlijk wat tijd in zitten, want we konden uiteraard niet tussen de moshende massa verschijnen zonder eerst onze nagels een kleurtje te geven, onze gifgroen geverfde haren rechtop te zetten, onze polsen te voorzien van stekelige armbanden, een ketting aan onze reusachtige broek te hangen en een lijntje onder onze ogen te tekenen. Al met al een buitensporige inspanning voor dat ene resultaat: zo werden we eindelijk onszelf.

Als ware evangelisten bekeerden wij jan en alleman tot deze muziek, omdat wij heilig geloofden dat de wereld beter werd als meer mensen onszelf zouden zijn. Ondergetekende ging in zijn devotie zelfs zo ver dat hij aan de wieg stond van Dreadlock Pussy’s allereerste fansite. Niet alleen betekende dat een vaste plek op de gastenlijst, het leidde bovendien tot een onverwachte uitnodiging van gitarist Guzzy. Met zwarte nagels en knikkende knieën kwam ik terecht in een studentenkamer, waar ik kon horen hoe de ene na de andere ontluisterende depressie werd geïnhaleerd: de bekrompenheid van de Nederlandse muziekscene kwam ter sprake, het failliet van de rock-‘n-roll, enzovoort. Tot overmaat van ramp bleek dat zelfs Guzzy meende dat nota bene in de tijd van onze ouders alles beter was. Wanhopig hield ik vol dat zij - Dreadlock Pussy - toch het bewijs waren van het tegendeel? Tevergeefs. Hij vertelde over zijn voorliefde voor stokoude bands als The Kinks, maar ik wilde het al niet meer horen.

Op 22 december 2000 was het voorbij. In thuisbasis Roermond speelde Guzzy zijn afscheidsshow in de Azijnfabriek. De sfeer was geladen, er werd gemosht alsof ons leven er vanaf hing en misschien was dat ook wel zo. De band zou met de nieuwe gitarist Punto nog een paar jaar blijven bestaan, maar volgens Guzzy was het tijd voor iets nieuws en wij konden weinig anders dan dat beamen. Het was altijd tijd voor nieuws, wij luisterden niet voor niets naar nu metal. Of heette het soms vroeger metal? Nee? Nou dan.

Als slotstuk van de avond speelde Dreadlock Pussy het nummer dat voor ons een nieuwe muziekwereld opende. Dit was hét bewijs dat we op het goede spoor zaten, dat onze ouderwetse ouders het met hun ouderwetse muzieksmaak helemaal bij het verkeerde eind hadden. Dit was dé muziek van nu. En wij, wij waren de early adopters.

En dus stapte ik na afloop grenzeloos naïef naar zanger Pat. Dat aanstekelijke slotnummer, iets met Girl, you really got me, you got me so, I don't know what I'm doing... dat was vast en zeker gloedgloednieuw?

‘Heel oud,’ antwoordde hij, 'Vraag maar aan je ouders.'


Dank u zeer voor uw aandacht. Mocht u het met plezier hebben gelezen, misschien kunt u dan een kleine bijdragen doen in mijn fooienpot, via https://tikkie.me/pay/vu49b1dt6m65guo7et68
Mijn dank is groot!


Terug naar Columns&Verhalen
p. 917