Inhoud

Inhoud


Anderhalve meter


Er was het een en ander veranderd, toen we eindelijk weer buiten de deur mochten eten.
Het begon met de naam van mijn favoriete restaurant, dat onbescheiden genoeg vernoemd was naar de eigenaar zelf: ooit stond op de gevel met zwierige letters “Chez Jacques”. Een prima naam, waar vooral geen speld tussen te krijgen was en Jacques hield behalve van koken nu eenmaal ook van dingen die klopten. Maar tijden veranderen en in de anderhalvemetersamenleving voelde onze Jacques zich genoodzaakt opnieuw zijn kwast ter hand te nemen en zodoende werd zijn restaurant nu opgesierd door de nieuwe – en minstens zo accurate – naam: “Un mètre et demi de Jacques”.
 
Het gerucht ging dat Jacques inmiddels uit puur praktische overwegingen in het huwelijk was getreden met zijn afwashulp die hij weliswaar haatte, maar met wie hij nu officieel een huishouden vormde zodat zij zonder angst voor juridische consequenties vlak naast elkaar in de minuscule keuken mochten staan. Naar het schijnt hadden zij voor het gemak in één moeite door ook maar gelijk de adoptieformulieren ingevuld voor drie keukenhulpjes, die zij nu officieel hun kinderen mochten noemen. Jacques hield niet van regels, maar nóg minder van die te overtreden.
 
Wij hadden een reservering geplaatst met mijn voetbalteam en verzochten daarom vriendelijk om een tafel van plusminus 22 meter. De dame die mijn reservering aannam reageerde enigszins verrast. “Mag dat dan weer?” vroeg ze, ‘Voetballen?’ Waarop ik maar gewoon eerlijk antwoordde dat wij ons onlangs officieel hadden laten registreren als een religieuze organisatie.
“Uw voetbalteam is een religieuze organisatie?”
 “Wij geloven dat er maar één bal is,” antwoordde ik vroom, “En de bal is rond.”
Gauw sloeg in een rondje, in de naam van de keeper, de linksbuiten, de spits en de rechtsbuiten. Het voelde nog wat onwennig, maar dankzij deze een relatief kleine ingreep hadden wij nu in het maatschappelijk verkeer wel mooi een uitzonderingspositie en mochten wij elke zaterdagmiddag bij elkaar komen met precies dertig mensen. Met twee teams en een scheidsrechter hield je dan plek over voor zeven bezoekers en gezien ons abominabele spelniveau stelden we als we mensen de toegang moeten ontzeggen tot onze tribune zelden iemand écht teleur.
 
“Maar dat is toch geen doen?” vroeg ze.
“Nee,” zei ik naar waarheid, “Maar gelukkig komt er binnenkort ruimte voor twee extra bezoekers, want we gaan het voortaan doen zonder keepers. Het word ons iets te gortig hoe vaak keepers rode kaarten krijgen als het ze weer eens niet lukt om anderhalve meter afstand te houden van de tegenpartij.”
Ze knikte begripvol en wees ons onze tafel.
 
Had ik al gezegd dat wij gingen kaasfonduen?
Welnu: in het midden van de tafel stond één pannetje borrelende kaas en zoals dat gaat kreeg iedereen een eigen vorkje aan een stokje. Aangezien ik door een speling van het lot een stoel had op de uiterste hoek van de tafel, betekende dat in mij geval een stokje van een metertje of elf.  
Al met al viel het afgezien van een hoop geklieder niet tegen hoe goed het lukte om een stukje brood in die kaas te duwen, de uitdaging begon pas toen ik probeerde om datzelfde stukje brood vervolgens ook daadwerkelijk veilig in mijn mond te krijgen. En natuurlijk zou ik maar wat graag willen kunnen zeggen dat er onderweg géén gewonden zijn gevallen, feit was echter dat er halverwege de maaltijd verspreid over de ruimte zeker vijftien mensen met ernstige steekwonden om hulp lagen te kermen.
 
Als je die avond niet aanwezig was in dat restaurant, dan zou je nu vermoedelijk vragen of die mensen dan toch hopelijk wel goed aan hun verwondingen werden geholpen. Was je er echter wél, dan wist je dat niemand zo dichtbij durfde te komen. Regels waren regels, ook tijdens een ontspannen avond uit. Men zou daar nog tegenin kunnen brengen dat de gealarmeerde ambulancemedewerkers toch zeker onder de vitale beroepen vielen, maar daar zou ík dan weer tegenin brengen dat die ander zo heel vitaal niet meer waren nadat ze zeven keer een elf meter lang fonduestokje door hun lijf gejast gekregen hadden.
 
Enfin, u begrijpt dat deze avond op geen enkele andere manier kon eindigen dan op die manier zoals onze sportieve bijeenkomsten doorgaans ook tot een einde komen: wij gingen douchen. Door schade en schande wijs geworden had het fonduerestaurant een ruimte vrijgemaakt voor sanitaire voorzieningen, omdat zij inmiddels ook wel wisten dat hun klanten na het eten doorgaans van kruin tot teen bedekt waren met kaas.
Voor het gemak hadden ze plexiglas schotjes geplaatst, zodat men zonder probleem dichtbij elkaar kon staan. U denkt wellicht dat het een slimme vraag is waarom dat dan in hemelsnaam niet kon in het restaurant, maar u wilt toch zeker niet dat wij gaan staan douchen waar mensen zitten te eten? Nou dan.
 
 
Dank u wel voor het lezen. Deze tekst werd u gratis aangeboden, omdat u zich waarschijnlijk ook de pleuris verveelt nu u niet naar restaurants, cafés, bioscopen, concerten of theater kunt.
Mocht u dit stukje tekst hebben weten te waarderen, dan zou u achteraf iets in de hoge hoed kunnen doen. Dat mag via deze link: https://tikkie.me/pay/ju0hqdbvo45vvvjh47gt


Terug naar Columns&Verhalen
p. 723