Inhoud

Inhoud


Yolanthe Sneijder-Cabau


Een interview voor ELLE, 2013.


Ooievaars die traag hun vleugels laten klappen boven de kalm stromende Bosporus, dolfijnen die sierlijk op- en onderduiken, de slanke minaretten die trots prijken aan de overzijde van het water, in het Aziatische deel van Istanbul. Adembenemend moet het uitzicht zijn daar op het hotelterras, waar het interview gepland stond. Maar helaas, Turkish Airlines heeft amper het vliegtuig aan de grond gezet, onze horloges zijn nog maar net een uur vooruit gedraaid of daar is het sms-je dat een tamelijk onchristelijke vloek doet ontsnappen: ‘Yolanthe heeft afgezegd.’
De volgende ochtend put zij zich uit in excuses. Het is ook zó hectisch allemaal, bekent ze. Al die interviews, al die fotosessies, iedereen trekt aan haar. En dan zit ze natuurlijk ook nog eens midden in een verhuizing die niet opschiet. Toen zich daarom gisterenavond de mogelijkheid voordeed om eindelijk haar mannetje weer te zien voetballen, was dat een kans die ze natuurlijk niet kon laten schieten. Dat snapte ik toch wel? 
(Ter informatie: het is kwart over negen in de ochtend, het meisje tegenover me draagt een joggingbroek en een eenvoudig hempje, ze komt net onder de douche vandaan en make-up heeft ze niet op. Of toch in elk geval geen make-up die een jongensoog kan zien. En had ik eigenlijk al verteld dat wanneer zij haar tanden ontbloot, het onmogelijk blijkt om niet als bij toverslag met haar mee te lachen?)   
 
Ja, knikte ik dus, dat snapte ik wel.

Ontspannen, alsof we elkaar al een leven lang kennen, keuvelt Yolanthe over de verhuizing. Ramvol met dozen staat hun vers betrokken appartement. Het is géén gezicht, moet ik weten. Tussen alle drukte door probeert ze elke dag in elk geval ééntje uit te pakken, maar erg hard schiet het niet op. ‘Ik wil alles zélf doen. Van elk plankje wil ik kunnen bepalen waar het komt te hangen. Nouja, de gaatjes mag Wes er voor me in boren. Ik heb hem wel gezegd dat ik héél trots op hem ben: ik heb een man die kan voetballen én boren!’
Toe maar!
‘Het eerste wat ik uitpakte waren mijn pannen en mijn pollepels. We hebben een hoop nieuws gekocht, maar een paar vertrouwde dingen heb ik gehouden, ook al zijn ze vijf jaar oud. Daarvan krijg ik echt een thuisgevoel.’
Van pollepels?
‘Toen ik die eenmaal in mijn handen had en eindelijk met mijn eigen lepels in mijn eigen pan kon roeren, toen voelde dat zó lekker.’
Eh...    
De volgende vraag kan niet gesteld worden, want inmiddels verdringt een drietal Turkse mannen zich rond ons tafeltje. Het zijn de kelners, die na lang volhouden alsnog uit hun rol vallen: in gebroken Engels bieden ze nu tegen elkaar op, als in een wedstrijd om te bewijzen wie het allertrotste is dat Wesley voor hún club speelt en dat Yolanthe nu in hún restaurant een hap neemt van een witte boterham met gebakken ei. ‘Teçekkur ederim,’ glimlacht ze in haar beste Turks, ‘Dank u wel.’
Wát was dat!?
‘Ja, dat gebeurt dus wel vaker. We zijn nu nog nieuw hier, dus we staan elke dag in de krant en daardoor worden we overal herkend. Maar de mensen zijn geweldig. Ze hebben heel veel respect voor Wesley en dus ook voor mij. Iedereen is behulpzaam, iedereen is aardig. Ze zijn volgens mij oprecht blij dat wij er zijn.’
Idioot, toch? ‘Het went. Als het gaat om mensen die een praatje willen maken, dan is dat ook bijna altijd alleen maar leuk. Want wat er ook in de media over mij wordt beweerd, van mensen op straat krijg ik alleen maar leuke opmerkingen.’
Wat wordt er over jou beweerd?
‘Gewoon, van alles. Dingen die niet kloppen.’
Wat is het grootste misverstand over Yolanthe?
‘Er wordt een imago gecreëerd dat best ver van mij afligt. Mensen zien mij als een glamour-voetbalvrouwtje.’
Ben je dat dan niet?
‘Nee! Laatst stond ergens de kop: ‘Voetbalvrouw shopt Milaan leeg’. Op de foto daaronder sta ik met tassen waarvan elke Italiaan weet dat ze gewoon van de supermarkt komen. Dat slaat dan toch nergens op? En laatst werd ik gefotografeerd bij een drogist, stond er vervolgens als bijschrift: ‘Yolanthe zwanger?’ Dat is volledig uit de lucht gegrepen, maar daardoor krijg ik daarna wel twintig telefoontje van goede vrienden die willen weten of het klopt.’
Pas maar op, ook ik wil straks heus nog weten of je nou onderhand eens zwanger bent.
Lachend: ‘Daar was ik al bang voor...’
Gek hè, ik ken je niet en tóch wil ik dat blijkbaar weten.
‘Ik ben eraan gewend. Het is in mijn ogen ook gewoon een plicht. Ik wilde graag op televisie, ik wilde graag trouwen met een voetballer, dan moet ik er ook maar mee dealen dat ik een deel van mijn privéleven prijs moet geven.’
Toch klinkt het alsof het je dwars zit.
‘Ik heb me er lang geleden bij neergelegd, maar dat betekent niet dat niets me meer raakt. Soms doet het nog steeds pijn als ik iets lees wat niet waar is. Daar kan ik best van wakker liggen. Ik ben ook maar een meisje van achtentwintig en ik probeer het allemaal goed te doen. Ik ben niet perfect. Hopelijk wel voor Wes, maar verder niet.’
Kennelijk hoeft zelfs een fotosessie voor ELLE de toeristische clichés niet te schuwen en daarom is er besloten om wat beelden van Yolanthe te schieten met op de achtergrond de Blauwe Moskee. Dat betekent een kleine wandeltocht, met onderweg natuurlijk weer een bende fans van Galatasaray die niet weten waar ze moeten kijken. Er zijn echter ook authentiekere elementen: we passeren een man met een gigantische koperen theepot, gevuld met de traditionele, mierzoete appelthee. Dwars daar doorheen ruiken we versgebrande noten en de geur van een forse verzameling waterpijpen. Yolanthe kijkt om zich heen en richt haar blik voornamelijk omhoog, op de okergele, zalmroze, mintgroene gevels van de oude gebouwen. De kleuren doen haar denken aan haar geboorte-eiland Ibiza, verzucht ze.
Heb je eigenlijk wel tijd om Istanbul te ontdekken?
‘Het is me afgeraden om in mijn eentje op pad te gaan, dus de stad ontdek ik vooral tijdens shoots. Wat ik dan zie is echt overweldigend. Het is een drukte op straat, het verkeer is heftig, wilde dieren schieten zomaar tussen de auto’s door. Ik vind dat te gek. Ik ben een heel avontuurlijk persoon, ik wil alles meemaken. Mensen die me denken te kennen sturen mij soms naar straten met hippe winkels, maar ik wil juist naar die steegjes waar het minder netjes is. Ik wil zijn waar de mannen met karren op hun schouders lopen, daar waar de chaos is. Ik wil Turkije proeven.’
Hoe smaakt Turkije?
‘Ik kan niet stoppen met kijken. Elke keer als ik wakker word en uit het raam kijk, dan denk ik: wauw! Dan luister ik naar die oproepen tot gebed en dan gebeurt er iets bijzonders met me. Ik ben heel gelovig. Voor mij maakt het niet uit of je het Allah noemt, de Almachtige of God, voor mij is dat hetzelfde. Als er wordt opgeroepen om even stil te staan en tot me door te laten dringen dat ik dankbaar mag zijn voor het geluk dat ik heb gekregen, dan krijg ik gewoon kippenvel. Ik moet blijven beseffen wie ik ben en wat er met me gebeurt en dat is niet altijd even makkelijk. Hier lukt dat. Het is alsof ik even uit mijn eigen leven word geplukt, zodat ik eindelijk alles scherp kan zien.’
En wat zie je dan?
‘Dat mijn leven van de ene op de andere dag veranderd is, in positieve zin. Ik voel me echt gelukkig.’
Maar dat besef je niet altijd?
‘Het gaat maar door, de agenda’s zitten vol, er is geen moment om stil te staan bij de keuzes die er zijn gemaakt.’
Wás dit wel een keuze?
‘Het was een keuze van Wes. Het was duidelijk dat hij weg zou gaan bij Inter Milan en ik zei: “Lief, het maakt mij echt niet uit. Of het nou Duitsland, Rusland of Japan wordt, ik sta achter mijn man.” Ik wil dat hij de keuze maakt waarvan hij echt gelukkig wordt. Als ik zie dat mijn man met een lach thuiskomt, dan ben ik ook blij. Daarom ga ik liever naar een plek die niet mijn eerste keus is.’
Dus zei jij: vooruit, ik zal wel wéér mijn huis en mijn vrienden verlaten.
‘Dat was inderdaad best een ding. Vanuit Milaan kon ik tenminste nog snel op en neer om familie en vrienden te zien. Nu moet ik dat veel meer plannen. Maar dat maakt het echt niet minder...’
Echt niet?
‘Je krijgt er een heel andere wereld voor terug. Het is heel avontuurlijk...’
Maar...?
‘Na vier jaar kwam er ineens een einde aan ons tijd in Milaan. Dat was wel even emotioneel, ik had niet verwacht dat het zó snel zou gaan: de knoop was doorgehakt en zeven uur later stond het vliegtuig klaar. Er was geen tijd om afscheid te nemen van de mensen die ik had leren kennen, om mijn vriendinnen te bellen, om dingen af te sluiten. Ineens was het allemaal wel erg veel.
“Wat is er nou?” vroeg Wes de hele reis aan me. Ik was best verdrietig. Elke vrouw in mijn situatie zou even moeten slikken. Hij is echt een man, hij snapt dat niet.’
Is het andersom ook denkbaar: dat hij alles zou opgeven omdat jij voor jouw carrière in een ander land wil wonen?
Lachend: ‘Dat zou natuurlijk wel héél grappig zijn!’
Ik meen het serieus.
‘Daar heb ik gelukkig nooit over na hoeven denken. Maar als ik hier heel verdrietig zou worden, dat zou hij vast wel een andere keuze maken. Dat denk ik echt. Maar ik ben zó gek van hem. Soms moet je nu eenmaal dingen opofferen, maar daar krijg je iets anders voor terug.’
Wat dan? ‘Dit alles.’
Dat kan concreter.
‘Ik wil gewoon niet dat mijn geliefde later met spijt op zijn leven terugkijkt. De carrière van een voetballer is kort, daarom kiezen we nu voor hem. Over een paar jaar is alles misschien wel anders. Hopelijk hebben we dan een gezinnetje en het zou kunnen dat hij zich dan aanpast aan mij, aan ons. Maar nu niet. Dat is niet erg, ik vind mijn weg wel. Ik kan andere dingen verzinnen om gelukkig te zijn. Hij niet.’
Wat voor dingen verzin jij in de tussentijd?
‘Ik ben bezig met een sieradenlijn, daar maak ik al een jaar ontwerpen voor en die zijn nu bijna allemaal af. Ik doe veel shoots, ik loop shows en ga werken voor de Turkse televisie. Ook gaat er veel tijd zitten in mijn werk voor Stichting Stop Kindermisbruik. En eens in de drie weken komt mijn stiefzoontje en dan zorg ik voor hem. En natuurlijk voor Wes.’
Maar werken voor je geld behoort tot het verleden?
‘Ik heb op dit moment een luxepositie. Ik zit nergens aan vast, ik kan dingen doen die ik leuk vind.’
Maar alleen dankzij het geld van je man...
‘Luister, ik was zestien toen ik op de Nederlandse televisie kwam en vanaf dat moment ben ik altijd independent geweest. Ik heb mijn eigen auto gekocht, mijn eigen huis, een huis voor mijn moeder. Ik heb altijd mezelf kunnen onderhouden met mijn werk en dat is nooit veranderd. Drie jaar geleden ben ik getrouwd, maar ik heb nog nooit een week niet gewerkt. En dat is een keuze, want in principe hoef ik niks te doen. Maar wat ik nu allemaal doe, dat doe ik heus niet uit verveling.’
Nee?
‘Ik moet het van mezelf. Ik ben een jonge meid, ik ben gezond, ik kan werken. Ik ben misschien heel streng voor mezelf. Ik zou ook niet gelukkig zijn als ik dat niet zou doen. Als de ene droom uitkomt, moet ik een nieuwe droom ontwikkelen.’
Wat voor dromen zijn dat?
‘Acteren blijft voor mij passie nummer één.’
Maar dat doe je dus al.
‘Ik zou het vaker willen doen.’
Waarom?
‘Omdat het een fijne ervaring is om even niet Yolanthe te zijn. Ik hou ervan me om in de huid van iemand anders te kruipen. En hoe verder zo iemand van me af staat, hoe interessanter ik het vind. Dat betekent namelijk dat ik hard moet werken en dat doe ik graag. Ik ben heel creatief, het gaat maar door in mijn hoofd. In bed lig ik nog steeds te fantaseren en dat moet ik op een manier uiten.’
Veel mensen uiten zich in een hobby die ze privé houden. Waarom uit jij je zo graag in de schijnwerpers?
‘Ik denk dat sommige dingen geen keuze zijn, dit kwam gewoon op mijn pad. Ik ben heel gelovig, dus ik vermoed dat het zo heeft moeten zijn. Jarenlang zat ik op toneelclubjes en deed ik het inderdaad alleen voor mezelf, maar opeens merkte ik dat mensen er blij van werden om mij te zien. Mensen een plezier doen, dat geeft toch voldoening?’
Je zegt steeds ‘heel gelovig’. Is dat iets anders dan ‘gewoon gelovig’?
‘Zeg ik dat? Misschien bedoel ik dit: álles in mij gelooft. Er is geen procentje dat twijfelt. Tegenwoordig zeggen veel mensen dat ze wel iets geloven, maar het niet zeker weten. Omdat er zoveel verschillende gradaties zijn, zeg ik: héél gelovig. Ik ben katholiek, ik bid elke dag. Voor mij is dat één van de belangrijkste dingen in mijn leven.’
Welke invloed heeft dat?
‘Ik wil dat God trots is op hoe ik de kansen die ik krijg benut. We weten niet wat morgen brengt, maar ik hoop dat ik op de dag dat ik sterf in de hemel kom en dat daar blijkt dat ik geen teleurstelling ben geweest.’
De stem van de muezzin galmt door de stad. Van één muezzin? Nee, tientallen, dwars door elkaar. Het kan niemand ontgaan: het is hoog tijd voor een van de vijf gebedsdiensten van die dag. Het is bovendien het signaal dat ons uurtje samen er weer op zit. En dan kan ik het toch niet laten.
Ik had je in het begin nog één cliché-vraag beloofd...
‘Welke dan?’
Of al die ooievaars hier ervoor gaan zorgen dat er al tijdens jullie tijd in Istanbul een kind gaat komen?
Met een twinkeling in de ogen: ‘Ja, dat hoop ik wel! Wes heeft een contract voor vier jaar en ik hoop echt dat we voor die tijd een gezinnetje hebben.’
En wat zal dat kind meekrijgen van de Turkse cultuur?
‘Weet je wat me zo opvalt? De mensen hier zijn heel puur. Er is geen haast, de mensen nemen nog de tijd voor het leven. Ik heb het gevoel dat men hier meer met elkaar bezig is dan met zichzelf. Iedereen is gastvrij, dat vind ik heel mooi. Ik ben heel dankbaar als mijn kind dát allemaal zou mogen meepikken.’
 
Oscar Kocken, 2013
In opdracht van ELLE

Terug naar Interviews
"Het is een fijne ervaring om even niet Yolanthe te zijn""Ik wil dat God trots is op hoe ik de kansen die ik krijg benut.""Elke vrouw zou even moeten slikken. Maar hij is echt een man, hij snapt dat niet.""Het is me afgeraden om in mijn eentje op pad te gaan""Ik kan andere dingen verzinnen om gelukkig te zijn. Hij niet.""Ik wil niet dat mijn geliefde later met spijt op zijn leven terugkijkt."
p. 488