Inhoud

Inhoud


Jasper Krabbé


Een interview voor ELLE, 2012.

 

Beeldend kunstenaar Jasper Krabbé (ja ja, 'de zoon van', maar daar gaan we het vandaag dus niet over hebben) komt net uit zijn atelier waar hij een eerste proefopstelling heeft gemaakt voor zijn nieuwe expositie Closer to you.

Over een lengte van vijftig meter staat daar nu een enorme reeks portretten, met op al die schilderijen slechts één vrouw: Floor, zijn geliefde, de moeder van zijn kinderen, maar bovenal de eindeloos inspirerende muze over wie hij geen seconde uitgesproken raakt.

Zonder de bedoeling om indruk te maken antwoordt hij op de allereerste vraag hoeveel schilderijen hij inmiddels aan zijn geliefde heeft gewijd: 'Hooguit een stuk of driehonderd.' Uw verslaggever kijkt daar toch enigszins van op:

Goeie god! Driehonderd? En heeft die arme vrouw daar al die keren voor moeten poseren?
'Nee, man! Het grootste deel komt voort uit herinneringen of toevallige observaties. Op veel portretten is ze met heel gewone dingen bezig. Ze leest een boek, kijkt uit het raam, is in gedachten verzonken. Als ik haar zag in een voor haar typerende houding, dan zei ik: “Niet bewegen! Zo blijven zitten!” En dan...'
' ...riep zij: Hou nou toch eens op met al dat geschilder!'
Lachend: 'Ze vond het op den duur wel weer mooi geweest. Natuurlijk is ze blij dat ik graag naar haar kijk, maar ik zat wel héél dicht op haar huid. De hele dag zo'n focus op je, daar moet je maar net tegen kunnen. Het is een hell of a job om muze te zijn.'
Je had je ook kunnen toeleggen op één heel goed schilderij, dat was een stuk rustiger geweest voor haar.
'Maar het is onmogelijk om al haar facetten in één beeltenis te stoppen! Er was maar één strategie: heel veel verschillende portretten maken. Alleen uit die veelheid kan een wezenlijk beeld van Floor oprijzen. Net als bij een muziekstuk, waarbij juist dat ene korte moment van stilte alles vertelt. Dat moest ik zien te vertalen met een paar honderd schilderijen: tussen al die overdaad in bevindt zich een hele wereld. En die wereld, dat is Floor.'
Herinner je je na die enorme hoeveelheid ook nog het allereerste portret dat je ooit van haar maakte?
'Sterker nog: ik heb het altijd bewaard. Een klein tekeningetje is dat. Heel snel gemaakt, in een cafeetje. Qua uiterlijk lijkt het misschien niet op haar, maar het toont wel wie zij werkelijk is.'
Wanneer was dat?
'Vijftien jaar geleden.'
Wist je toen meteen: zij wordt mijn vrouw?
'Meteen!'

We drinken onze koffie in 'de tweede huiskamer' van Jasper: een piepklein eettentje waarvan de muren bezaaid zijn met oude, half vergane prentjes van koningin Wilhelmina. Als hij zijn espresso heeft besteld, wijst hij naar de kaart. 'Ze hebben hier héél lekkere broodjes,' verklapt hij op een toon die nauwelijks verschilt van de adoratie van zijn grote muze.

Hij heeft een groot talent voor enthousiasme, zo blijkt. Die bevlogenheid wordt bij elk woord benadrukt door twee handen die gretig alle lettergrepen accentueren. Ondertussen schieten zijn ogen langs iedereen die passeert en wordt alles wat gebeurt scherp in de gaten gehouden. 'Gelijktijdigheid vind ik zo fascinerend,' zal hij later zeggen. 'Dat wij hier nu zitten, terwijl het thuis ook niet stilstaat. Dat na deze ontmoeting niet alleen míjn leven verdergaat, maar ook het jouwe. Eigenlijk is dat niet te bevatten. Ik vind dat heel mooi, maar van de andere kant geeft het me ook een onrust. Alles vervliegt, alles is vergankelijk, alles gaat zo rap. Ik wil nog zo veel doen, nog zo veel aanraken, nog zo veel begrijpen.'



Begrijp je de dingen beter door ze in een kunstwerk te vatten?
‘Op het moment zelf vaak nog niet. Dat komt pas later, wanneer ik er afstand van kan nemen. Zo begon ook deze reeks: toen Museum De Fundatie in 2009 een overzicht toonde van mijn werk, viel me pas op dat er zo’n hoop somberheid in zat. De vergankelijkheid stond centraal en alles draaide om grote vragen: waarom ben ik hier? Wat laat ik na? Wat heeft het voor zin?’
‘Mijn eigen werk vloog me naar mijn keel. Het benauwde me. Maar ik koos daar niet zelf voor, het koos mij. Wilde ik dat zwaarmoedige kwijt raken, dan moest ik expliciet op zoek naar iets wat me blij maakt. En wat maakt me blij? Dat is Floor. Ik word gelukkig van haar, ik wil haar omhelzen, haar schoonheid vieren. Zij laat me de vreugde van het leven voelen.’
En al die andere vrouwen doen dat niet?
Aarzelend: ‘Jij doelt op de andere vrouwen in mijn leven?’
Oh jee, hoeveel zijn dat er dan? ‘Mijn twee dochters...?’
Dat valt weer mee...
‘Tja, natuurlijk levert het spanningen op als ik één van hen drieën uitkies als onderwerp van zo’n omvangrijk kunstwerk. Mijn dochters hebben wel geprotesteerd. De oudste vroeg me letterlijk: “Waarom mag ik niet?” Zij vindt dat ze onderhand ook wel eens een portret verdiend heeft.’
Heb je hen nog nooit geschilderd?
‘Toen ze jonger waren maakte ik wel eens een tekening, maar van een uitgewerkt portret is het nooit gekomen.’
Omdat je al die tijd werd opgeslokt door Floor?
‘Ik raak nooit op haar uitgekeken. Ze heeft zoveel gezichten! Steeds wanneer ik denk: nú heb ik haar vastgelegd, dan zie ik een seconde later alweer een totaal andere vrouw. Ze is elusive.’
En jouw dochters zijn dat niet?
‘Mijn dochters zijn jonger, die geven zich makkelijker bloot en laten zich dus makkelijker vastleggen. Volwassenen zijn zich bewust van wie ze zijn of hopen te zijn, een kind heeft daar nog niet zoveel last van. Dat maakt het voor een kunstenaar minder spannend. Een goed portret hoeft het namelijk niet per definitie te hebben van gelijkenis, maar van een treffend gevoel. Als het niet helemaal lijkt, maar de kern van een persoonlijkheid zichtbaar wordt, dán is een portret gelukt.’
En de persoonlijkheid van jouw muze maak je niet zichtbaar door haar alleen maar te bejubelen.
‘Nee, de expositie hemelt haar echt niet alleen op, dat zou heel eng zijn. Het toont hoe ze is, dus op sommige portretten zie je dat ze niet haar dag heeft, dat ze moe is, dat ze net heeft gehuild. Het gaat erom wat haar tot mens maakt en dat betekent dat ze er niet alleen mooi op staat, maar soms ook... eh...’
Lelijk...?
‘Dat wordt ze nooit!’
Wat maakt haar zo bijzonder?
‘Het ongrijpbare. Elke seconde valt er weer iets nieuws te ontdekken. Ze is als een parfum waarbij de geur telkens een nieuwe toon prijsgeeft. Een bloem waarvan de bladeren langzaam verkleuren: zoals rozen van donkerroze veranderen in paars en zwart, steeds een andere tint.’
Wordt ze mooier naarmate ze ouder wordt?
‘Ik vind van wel. Ze gaat er steeds interessanter uitzien. Leeftijd en ervaring mag best zichtbaar zijn, als je het mij vraagt.’
Ik vraag het je inderdaad, en wel hierom: jouw vrouw is cosmetisch arts. Levert dat geen conflict op?
‘Waarom?’
Als kunstenaar hou jij van zichtbare levenservaring, zij werkt die weg.
‘Ja, dat is zo. Toen ze het net ging doen had ik daar ook moeite mee. Maar het uiterlijk heeft natuurlijk weerslag op hoe iemand zich voelt. Soms heeft iemand door veel leed en vermoeidheid diepe groeven in zijn gezicht gekregen, die zelfs na de verwerking van de pijn nog blijven confronteren met dat verleden. Als iemand in de spiegel kijkt en zichzelf daar oprecht niet in herkent, dan vind ik dat je daar best iets aan mag laten doen.’
Maar het zou dus kunnen dat iemand eerst door jouw vrouw de herinneringen aan het verleden laat weghalen en daarna aan jou vraagt een portret te maken, waarbij jij besluit dat de persoonlijkheid beter tot uiting komt wanneer je die groeven weer lekker terugschildert?
‘Dat kan, ja.’ Hij schiet in de lach. ‘Mooie ironie!’
De vraag blijft dus: levert dat geen conflict op?
‘Ach, dat is nu eenmaal de frappante kloof tussen de wetenschapper en de kunstenaar. Het zijn twee verschillende werelden die elkaar voeden. Ik vind dat mooi.’
En wat vindt ze ervan dat jij haar zomaar aan de wereld tentoonstelt? Soms zelfs tamelijk onflatteus.
‘Dat vindt ze wel eens moeilijk. Ze heeft inderdaad niet zelf voor die openbaarheid gekozen. Maar ze is wel uit eigen beweging samen met mij en dan hoort dit er nu eenmaal bij. Ook dat is een keuze.’
Zijn er ook schilderijen waarvan je denkt: dit is me te intiem, dit kan ik niet openbaar maken?
‘Volgens mij is een kunstwerk pas goed als het persoonlijk – en dus intiem – is. Dat delen voelt soms wel raar, omdat ik daardoor iets kwijtraak wat voor mij heel waardevol is. Maar als het voor mij niet van waarde is, wat heeft een ander daar dan aan?’
 
Plotseling schuift Jasper zijn stoel naar achter, staat hij op en haalt hij midden in het café een schilderijtje van de muur. ‘Moet je kijken: een negentiende-eeuws lijstje en gebold glas. En dat papier! Weet je hoe graag ik hier iets overheen zou schilderen?’
Ik gok: best wel graag.
‘Ik laat mijn werk graag concurreren met de tand des tijds. Gewoon wit papier doet pijn aan mijn ogen. Het heeft geen karakter, het maakt niets in me los. Daarom schilder ik alleen nog op tweedehands papier, enveloppen, oude schilderijen. Papieren relieken, waardoor de vergankelijkheid zichtbaar wordt. Ik vond ooit papier dat is aangevreten door termieten. Daarop maakte ik een tekening van Floor, waardoor zij de strijd moet aangaan met dat verval. Dan wordt het interessant, die twee polen tegelijkertijd, de bundeling van tijd.’
Weer die gelijktijdigheid. Waarom fascineert dat je zo?
‘Het heeft iets tragisch: ik reik naar het hoogste en grijp telkens mis. Ik wil iets bereiken wat helemaal niet kan. De dromen en herinneringen die ik wil vastleggen zijn al vervlogen zodra ik mijn kwast pak. Maar ik moet, ik heb geen keuze. Ik moet de momenten vastleggen, anders ontglippen ze me. En als het me ooit lukt om het moment vast te leggen, dan heb ik de eeuwigheid in mijn vingers.’ En door te negeren dat het doel onbereikbaar is, is het vooralsnog niet doelloos?
‘Zo is het precies.’
Geldt hetzelfde voor jouw pogingen om door te dringen tot je geliefde?
‘Ik vrees het. Hoe hard je ook probeert wezenlijk contact te maken, uiteindelijk heeft iedereen toch een jardin sécret. Maar door te schilderen heb ik in elk geval het idee dat ik in de buurt kom.’
Met welk schilderij is dat het beste gelukt?
‘Ik kan heel slecht kiezen, maar één van de mooiste portretten is een heel simpele lijntekening op grof karton, waar een flinke hap uit is. Het heeft dezelfde openheid en lichtheid als de allereerste tekening die ik ooit van Floor maakte. Ik heb technisch gezien veel betere portretten gemaakt, maar deze is me heel dierbaar.’
‘Of eentje op het strand in Frankrijk. Ze had een luchtig jurkje aan en heel laag zonlicht streek over haar heen, de kleuren trokken weg, alles kreeg een pasteltint, en ik riep: “Niet bewegen nu!” Het een schets waarin het hele moment gevangen is. En het gekke is: Floor herkent zich er totaal niet in. De portretten die in mijn ogen niet lijken vindt zij heel mooi, maar over portretten waarvan ik vind dat ze haar heel treffend weergeven, zegt zij: “Daar heb ik niks mee.”’
Vind je dat jammer?
Hij knikt traag: ‘Wel een beetje.’ Om zich vervolgens te herpakken: ‘Ach, ze gaat er nog wel op lijken!’
De expositie heet Closer To You. Zeg eens eerlijk: ben je al met al iets dichter bij je geliefde gekomen?
‘Geen klap.’

 

Terug naar Interviews
"Het is een hell of a job om muze te zijn""Ik reik naar het hoogste en grijp telkens mis. Ik wil iets bereiken wat helemaal niet kan.""Denk ik: nú heb ik haar vastgelegd, dan zie ik even later weer een totaal andere vrouw"
p. 854