Inhoud

Inhoud


Janne Schra


Interview met Janne Schra voor ELLE, 2010.


Niemand die er ooit op speelde, maar aangezien haar moeder nu eenmaal nergens afstand van kon doen, stond in het ouderlijk huis van Janne Schra (1981) al zolang ze zich kon herinneren een piano. Het was een oud ding, in een grijs verleden eens opgeknapt, maar geen mens had de verwachting dat er nog eens fatsoenlijke klanken uit zouden opstijgen. Tot het moment waarop de kleine Janne op haar tenen ging staan, nipt de toetsen kon raken en zomaar het beginakkoord aansloeg van een leven dat in het teken zou staan van muziek. Met de nodige zelfstudie kreeg ze uiteindelijk het instrument onder de knie. Hele dagen was ze daarmee bezig, niets of niemand drong nog tot haar door. ‘Ik kon er helemaal inkruipen,’ herinnert ze zich.
Droomde je in dat eigen wereldje al van een carrière in de muziek?
‘Zelf was ik het vergeten, maar in een oud dagboek las ik inderdaad dat ik al op mijn tiende wist wat ik wilde worden: zangeres. En anders archeoloog, hardloper of berggids.’
Toch ging je niet naar het conservatorium.
‘Nee, ik was ervan overtuigd dat dat geen optie was. Spelen kon ik wel, maar noten lezen niet. Achteraf weet ik dat ik het best had kunnen proberen, maar ik was toen veel te bang afgewezen te worden. Om mezelf dat te besparen, besloot ik dat het beter was muziek maar als hobby te houden.’
Daar kreeg je snel spijt van...
‘In Utrecht liep ik elke dag langs het conservatorium. Achter de ramen klonken de mooiste klanken, maar telkens dacht ik: dat is veel te hoog gegrepen, toch niet weggelegd voor iemand zoals ik.’
 
Tussen twee buien door zitten we op het terras van Gent aan de Schinkel, een onvermoede oase van rust in Amsterdam. Enkele minuten eerder had ze me gebeld, met een bijzonder praktische opmerking: ‘Als ze vragen wat ik wil drinken, bestel dan maar een ijsthee.’ ‘Dat was het?’ vroeg ik. ‘Ja,’ zei ze, ‘Ik kom eraan.’
En inderdaad: nog vóór de ijsthee zit ze naast me. Ze vouwt haar benen onder zich en is de rust zelve. Als de bestelling arriveert, verklapt ze met het rietje in haar mond: ‘Ik ben niet zo’n prater, hoor. Eigenlijk hou ik niet van interviews.’
Oh?
‘Nee. Het liefst vertel ik alles één keer en dan schrijft daarna iedereen het maar gewoon van elkaar over.’
Welnu, voor alle latere overschrijvers: bloed kroop waar het niet gaan kon, Janne trok de stoute schoenen aan en stapte alsnog over de drempel van het conservatorium. Niet om eindelijk auditie te doen, wel om een oproep op het prikbord te hangen: ze zocht een partner-in-crime om muziek te maken. Gitarist Arriën Molema reageerde, op een studentenkamer werden de eerste liedjes geschreven en in 2004 speelden ze met hun slimme mix van pop en jazz hun debuutoptreden op de Uitmarkt: Room Eleven was geboren en werd ogenblikkelijk opgepikt. In 2006 lag hun debuutalbum in de winkels en een jaar later klonk hun muziek onder een commercial voor WE. Toen was het niet meer te stuiten: de plaat bereikte een platina status, optredens raakten uitverkocht, boekingen uit de hele wereld stroomden binnen en tot overmaat van geluk beloofde Jannes grote voorbeeld, jazz-zangeres Dayna Kurtz, te helpen met de opnames van hun tweede cd.
En dan heb je succes, doe je precies waarvan je altijd al droomde, en ineens komt het bericht: Room Eleven stopt. Wat was er aan de hand? ‘We reisden van hot naar her. Hadden we net de tournee achter de rug, kregen we één dag om tassen in te pakken en zaten we alweer in het vliegtuig. In New York had ik op het ijskoude strand een fotosessie, snipverkouden was ik, maar de volgende dag stonden wel alweer opnames gepland voor de nieuwe cd. Ik zat er ineens helemaal doorheen. Alles kwam in één klap bij elkaar, alle aandacht werd me te veel, het gaf zo veel stress. We hadden enorm succes, ik wilde dolgraag dat het zo bleef, maar...’ Ze aarzelt: ‘Ja, mocht je het idee hebben dat Swimmer huilerig is ingezongen, dan klopt dat.’
En toen?
‘Ik begon voor mezelf op papier te zetten waar ik tegenaan liep, wat me niet aanstond, wat ik niet wilde. Een heel schrift vol. Tot ik besefte dat dat niet de manier was: het ging niet om wat ik níet wilde, het ging om wat ik wél wilde. In de tourbus door Duitsland kwam het er toen uit. Ik wilde weer mijn eigen dingen, in mijn eigen tempo, op mijn eigen eilandje.’
Tja, vertel dat maar eens aan je band...
‘Iedereen voelde natuurlijk wel dat er iets niet goed zat en toen het eenmaal uitgesproken was, bleek dat de rest van de band ook niet meer op deze manier verder wilde. We hebben eerst nog flink vergaderd om tot oplossingen te komen, maar we merkten al snel dat dat eigenlijk geen zin had. Het lag niet aan één ding, er ontbrak iets wezenlijks. Als je dat weet, kan je geen nieuwe dingen meer creëren.’
 
Zo liep na vijf jaar het avontuur met Room Eleven definitief ten einde. En terwijl de fans rouwden, vond Janne haar eigen eilandje terug en schreef daar langzaam maar zeker talloze nieuwe liedjes. Dat leidt nu tot een plaat, waarop ze zichzelf presenteert onder de naam Schradinova.
Wat is er zo nieuw aan Schradinova?
‘Aan Schradinova niets, die naam zet ik al tien jaar onder mijn schilderijen. Maar nu geldt ook voor mijn muziek dat het volledig vanuit mijzelf vertrekt. Alles wat je hoort is helemaal mijn eigen keuze, niets drijft op compromissen. Dat is het grote verschil met Room Eleven.’
En klinkt het daardoor ook anders?
‘Nouja, het is niet zo dat ik ineens techno wil maken. De muziek van Room Eleven paste nu eenmaal bij mij. Daarbij blijft het mijn stem en ook de manier waarop ik teksten schrijf is hetzelfde. Maar ik ben wel vrijer geworden. Alles wat ik wil doen, kán ik nu doen. Het mag van mij allemaal wel wat rauwer, minder gepolijst. Dat je bij op de achtergrond de geluiden van de straat hoort, daar hou ik van. Het hoeft niet volgens de officiële regels te kloppen, als het maar eerlijk en oprecht klinkt... als...’
...als Janne?
‘Alle albums klonken als Janne, maar wel Janne in de loop der jaren. Deze cd klopt het beste bij wie ik op dit moment ben. Het is allemaal wat intuïtiever.’
Hoor ik dat ook aan de teksten?
‘Ik denk het wel. Ik kruip helemaal in mijn fantasie, zoals ik dat vroeger als kind ook deed. Dan speel ik mee in een zelfverzonnen film en zing ik over potloden die in opstand komen tegen de balpennen, of over mijn Italiaanse familie die ik helemaal niet heb. Dat vind ik veel leuker dan ‘I love you’, hoewel het vaak wel daarop neerkomt natuurlijk. Maar als ik dan toch zo nodig moet laten weten dat ik van iemand hou, dan liever wat cryptischer.’
Al die herwonnen vrijheid betekent wel dat je weer van voor af aan begint. Room Eleven verkocht de grote zaal van Paradiso uit, maar Schradinova staat in het kleine bovenzaaltje. ‘Klopt. En dat is eigenlijk wel fijn. Ik kan nu langzaam ontwikkelen wat ik zelf echt graag wil, dat hoeft van mij niet gelijk paf-boem in het openbaar. Bovendien  heb ik die volle zalen meegemaakt en dat voelde vaak als iets wat heel ver van me af stond. Geef mij dan maar iets intiems, waarbij ik ook echt zelf aanwezig ben. Liever een woonkamer met tien mensen die de avond van hun leven hebben, dan een stampvol Paradiso waarbij iedereen achterin staat te ouwehoeren. Mensen kwamen bij Room Eleven op de hype af, dat zal nu wel meevallen.’
Droomde dat meisje achter die oude piano nou niet juist van die roem?
‘Ze wilde wel beroemd worden, maar dan liever met hardlopen. Ik was als kind erg onder de indruk van renster Ellen van Langen, maar die is na de Olympische Spelen ook maar gewoon een broodjeszaak begonnen. Ik dacht: dat zal het dan ook wel niet wezen.’
Denk je dat nog steeds?
‘Die aandacht kan me gestolen worden. Zo nu en dan komt iemand naar me toe met de vraag: “Jij bent toch...” en dan is het even stil “...dat meisje van de bakker?” Ik kan er wel om lachen hoor, maar eigenlijk ben ik gewoon een nerd die het liefst thuis in een slobbertrui zit te knutselen, schilderijtjes maakt en liedjes schrijft. Alles om maar ver van de realiteit te blijven.’
En dan moet je nu verdorie weer je jurkje aan en dat podium op!
‘Ja, maar als je opkomt en voelt dat het publiek devoted is, dat er een klik is, dan is dat geweldig!’
Maar mag dat niet gewoon in een slobbertrui?
‘Nee, dan voel ik me niet op mijn plek. Het is een beetje als het veertje van Dombo.’
Dombo?
‘Ken je die niet? Die olifant! Hij dacht dat hij zonder zijn veertje niet kon vliegen. Ik heb dat met een jurk. En het gekke is: ik hou helemaal niet van optutterij. Maar ik ben dat van mezelf gaan eisen, om te voldoen aan een beeld van mezelf. Ik kan je vertellen: daar gaat een hoop tijd in zitten.’
En stress die je ooit zo opbrak.
Ze knikt. Neemt een slok van haar drankje – inmiddels zijn we aan de wijn. ‘Ik hoorde eens de buurvrouw van mijn ouders zeggen: “Ik zou zo graag eens in de tuin spitten.” Toen wij verbaasd vroegen waarom ze dat dan niet gewoon dééd, antwoordde ze: “Daar heb ik de man niet naar.” Ik probeer mezelf er altijd aan te herinneren dat ik gewoon moet doen waar ik zin in heb. Of dat nou de tuin spitten is, muziek maken of schilderen. Dat doe ik nu. En ik kijk uit naar het moment waarop ik helemaal tevreden ben met alles wat ik heb gedaan en denk: nu mag ik gewoon lekker inzakken.’
 
 

Terug naar Interviews
"Mocht je het idee hebben dat Swimmer huilerig is ingezongen, dan klopt dat.""Al die aandacht kan me gestolen worden."
p. 241