Inhoud

Inhoud


Gewoon


Een monoloog voor de Orde van de Dag, 2014.


Naar aanleiding van dit nieuws.

Vanochtend smeerde ik de boterhammen waarvan ik wist dat jij ze nooit zou eten. Je zou ze weggooien zodra het pauze was, je broodtrommeltje omkiepen boven de vuilnisbak, je zou stoer lachen naar je vrienden. Je zou zinnen zeggen over mij, die stomme moeder van je, die zich nu je al acht was niet met jou meer moest bemoeien.
Thuisgekomen zou je naast me op de bank kruipen, thee met een smaakje, een stroopwafel die je net zo lang op de rand van het kopje zou laten liggen tot de stroop er uit smolt. Met de slappe koek in je mond zou je me vragen horen stellen over de dag, hoe het dictee ging, wat de juffrouw zei, hoe het met dat ene meisje was. En het enige wat je dan zou antwoorden was: ‘gewoon’.
Dan zou je vertellen dat er uit het niets mannen de school binnenstormden, dat ze om zich heen begonnen te schieten, dat het leger het gebouw omsingelde, dat er een schoten klonken, dat er meer dan honderd doden vielen. Maar dat jij slim was geweest, omdat jij meteen onder de tafel was gedoken. Dat de terroristen jou niet konden vinden omdat jij zo goed verstopt was. Dat alle kogels precies om jou heen vlogen, omdat jij zo veilig verscholen zat.
En dat je toen de rust was weergekeerd gewoon opstond, het stof van je knieën sloeg, je rugzak omgespte en naar huis wandelde. Je trok aan het touwtje dat door de brievenbus hing en de deur ging open. Je veegde je voeten. Je hing je jas aan het laagste haakje. En dan liep je zoals altijd naar de woonkamer, waar ik op je zat te wachten. Eerst minuten, toen kwartieren, later uren. Ik wachtte.
Het werd etenstijd.
Het werd bedtijd.
Het werd de volgende ochtend.       
En ik smeerde de boterhammen, waarvan ik wist dat je ze nooit zult eten.
 

Terug naar Scènes
p. 744