Inhoud

Inhoud


Groeten van een onbekende


Dagboekfragmenten | Vragen aan u | Steun dit project!


Exact 75 jaar geleden schreef mijn opa een dagboek. Met het Rode Kruis trok hij als vrijwilliger mee met de Amerikaanse bevrijders richting het front. Daar zorgde hij voor de verpleging en repatriëring van te werk gestelde buitenlanders en krijgsgevangenen, toen hij tussen alle gewonden en ontheemden een Nederlandse jongen trof, die hem vroeg de bijbel die hij bij zich droeg namens hem terug te brengen aan zijn ouders. Opa heeft in de jaren na de oorlog vele pogingen ondernomen om deze mensen op te sporen, maar hen nooit weten te vinden.


Mijn opa leeft niet meer, maar bij het opruimen van de zolder vond mijn oma deze bijbel weer. Tussen de bladzijden zaten brieven van mijn opa aan mogelijke contacten van de jongen en zijn ouders. Aan de hand daarvan en met behulp van het dagboek probeer ik nu alles uit te pluizen, op zoek naar aanknopingspunten. Want wat zou het mooi zijn als deze bijbel na 75 jaar alsnog wordt herenigd met een nabestaande.

Geen idee of het lukt, of er nog ergens een ver familielid leeft. Maar ik wil het tóch proberen, en de corona-maatregelen zorgen dat ik nog zeeën van tijd heb ook. Telkens wanneer ik iets concreets heb, meld ik het hieronder, dus scroll zeker verder naar beneden en denk mee. In deze hooiberg is elke hulp welkom.

Een van de brieven die mijn opa stuurde, maar die helaas retour afzender ging.

De onderscheidingen die mijn opa na de oorlog ontving



 

De kleinzoon


Hoi, mijn naam is Oscar Kocken. Ik ben de kleinzoon van Anton Nouwen en ik werk als schrijver, interviewer, presentator en theatermaker. Als u graag meer wil weten over wat ik doe, klik dan hier.


 

Help!

Ook ga ik iets doen wat ik nooit eerder vroeg: nu de komende vier maanden alle optredens zijn geannuleerd wegens de corona-crisis, grijp ik dit fascinerende verhaal aan om er een tekst over te schrijven, die kan leiden tot een theatervoorstelling (in de hoop dat de theaters straks weer open mogen) of misschien zelfs een boek (uitgevers, hallo!). Om dit mogelijk te maken hoop ik op een klein steuntje in de rug van de mensen die het interessant vinden om dit onderzoek en werkproces te volgen.
Mocht u benieuwd zijn en toevallig iets kunnen missen, dan helpt een klik op deze link: https://tikkie.me/pay/eeub8ss907bk5akd90fv ❤️
Wilt u wel iets doneren, maar doet u dat liever niet via een tikkie, klikt u dan op deze link. Ik neem dan natuurlijk zo snel mogelijk contact met u op. Hartelijk dank alvast!

Zoek onder deze foto mee met het onderzoek:

Helemaal vooraan in de rij: mijn opa, 23 jaar oud.

 

 

 

 

 

 

Zoek mee!


Voorin de Bijbel staat de naam van - lijkt mij - de eigenaar ervan. Corn. Marinus van Leeuwen. Zoals we al wisten woonde hij voor hij naar Duitsland werd gestuurd in Woerden. In 1938 verliet hij daar de Zondagsschool. Mag ik dan aannemen dat hij in dat jaar 12 was? En dus omstreeks 1926 geboren is? Dit kan helpen om deze jongen in de archieven te vinden. Dus als u iets weet, deel het!
 



De nabestaanden van de de jongen zijn volgens de plaatselijke predikant in 1951 verhuisd vanuit Woerden naar Leeuwarden. Mijn opa heeft nog een poging gedaan de nabestaanden te bereiken op het hem gegeven adres in Leeuwarden, maar zoals u ziet is die brief retour afzender gegaan. De brief is overigens zoals u ook kunt zien geadresseerd áán Corn. Marinus van Leeuwen, wat mij verwondert. Zou dit gedaan zijn omdat mijn opa de namen van de nabestaanden niet wist? Of was de naam in de bijbel toch niet de naam van de jongen die die de bijbel aan mijn opa gaf? Iedereen die hier ideeën over heeft mag zich uiteraard melden!


Update 26/03/2020
Er is ander mogelijk aanknopingspunt! De jongen in kwestie had een aanbevelingsbrief bij zich van dhr. G. Bloemendaal uit Oegstgeest (en naar eigen schrijven 'voorheen Rijnsburg'). Hij noemt de jongen zijn neef en hij schrijft dat deze de enige zoon is van zijn zus. Het lijkt me dus logisch dat de moeder van de jongen Van Leeuwen-Bloemendaal moet heten. Wie weet maakt dit de zoektocht weer iets concreter. Heeft u ideeën? Laat het weten!
 


 

Doorbraak???



 

Na flink speurwerk hebben we ontdekt dat de ouders van de gezochte Cornelis Marinus van Leeuwen vermoedelijk Nicolaas Jacob van Leeuwen & Wilhelmina Bloemendaal waren!

We zijn er natuurlijk nog niet. Als dit inderdaad de mensen zijn die ik zoek, dan is het nu zaak te achterhalen of ze meer kinderen hebben gekregen en of die - of hun eigen kinderen - nog leven. Van Nicolaas Jacob van Leeuwen weten we nu dat hij tot 1964 nog in leven was. Er moeten dus ook anno 2020 nog mensen kunnen zijn die hem gekend hebben en hopelijk meer weten. Kunt u iets met deze aanknopingspunten, laat het me weten! Help!

Update 31 maart 2020
Er kwam via Facebook een heel veelbelovend bericht bij mij binnen, wat me echter ook verwart. Ik ga het uitpluizen en vertel u gauw meer.

Update 1 april 2020
Dagblad De Limburger heeft aandacht besteed aan de zoektocht. Ik hoop dat het Rode Kruis in Weert iets in de archieven vindt, of dat er mensen in Weert die mijn opa hebben gekend meer weten. Ik laat het u weten als er iets uit tevoorschijn komt.


 

Ontcijfer mee!

Waarschijnlijk mist u net als ik uw bezoekjes aan het theater, de musea, sportvelden, restaurants en cafés. Misschien is het een prettig tijdverdrijf om mij te helpen wat dingen ontcijferen. Zodra ik iets heb waar ik niet uit kom, dan zal ik het hier plaatsen:

Vraag 1

Mijn opa schrijft hier over een plaats in de buurt van het Duitse Dinslaken (zie derde regel van onder). Ik ontcijfer "Büsmanschaff", maar dat is geen bestaande plaats. Iemand enig idee wat dit wel kan wezen? Dank u zeer!

Mocht u mee kunnen denken, laat het mij weten via tips@oscarkocken.nl

Wauw, opgelost!


Vraag 2
De vorige keer hebben jullie me zo goed geholpen, dus daar ben ik weer: Er is hier sprake van een kamp (lager) in Vorstenburch. Het moet vlak in de buurt van Oberhausen/Sterkrade zijn, maar daar krijg ik het niet gevonden op de kaart. Iemand een idee?

En ook weer opgelost. Om precies te zijn: Kriegsgefangenenlager Forsterbruch. Dank u zeer!

Vraag 3

Mocht u enig idee hebben over welke personen dit zou kunnen gaan, dan hoor ik het graag!



Vraag 4

Even iets héél anders: via mijn oom kreeg ik zojuist een brief. Want niet alleen was mijn opa na de oorlog op zoek naar iemand, er was ook iemand die op zoek was naar hem. Een Russische dame om precies te zijn. Is er iemand die dit kan lezen?


 
Update: van verschillende kanten krijg ik bericht dat het hier zou gaan om een soort van kettingbrief, waarin de afzender de geadresseerde allerlei voorspoed wenst. Mits diegene een vergelijkbare brief doorstuurt. Aangezien mijn opa vast geen Russisch sprak, vrees ik dat bij hem de voorspoed eindigde.

Iemand die wel Russisch maar geen Nederlands spreekt, stuurde deze vertaling:

"God Mother, in the name of father and son and holy spirit.
This letter was found and was written with golden letters for Mother of God. This letter is misery of Jesus Christ.
In this letter the number (?) asked you for the name of Archangel Michael -honor sunday, dont talk dirty, dont forget God and give letters to everyone.
Who will not believe in this letter- will be hurt by winds and fire.
Folk will go on other folk. Brother upon brother and there will bloodshed. Pray to God.
Whomever will have this letter goes on -will get pleasurable things. Those who will not- will get unpleasurable things.
God's blessing was found in the Pudavskiy area, on 2 Juni 1930 by a boy who was 12 years old. And in the sky there was a Man. The boy stood still and didn't move. But God told him "dont be afraid I'm the Saviour of the World. From the sky came a rainbow and angels who sung. And people came. And God says "hear Me because there will be people who not believe, but I say to you that I was always. I am and will be. They will find Me in pain and will laugh. But Jesus Christ will talk to people and say that I am, was and will be. Who doesn't believe in this letter, will die. God says -go and gather together. And 300 people gathered together in the mass."


Weten we dat ook weer!

 

 

 

 

 


Dagboekfragmenten


Hier deel ik met u fragmenten uit het dagboek, voor zover ik het ontcijferd heb. De hoop is natuurlijk daarin meer te weten te komen over de gestorven jongen, maar ja, ik begin bij het begin.


 
Dagboek van onze ervaringen van onze reis en ons werk Kaldenkirche van Ant. Nouwen

8 maart 1945

9 uur
Verzamelen Rode Kruis-post Markt Weert. Opdracht: Naar Roermond. 10 uur vertrekken.


10 uur
Alles klaar in Eng. Rode Kruis wagen. Plotseling wordt gemeld, passen niet klaar.


14 uur
Opnieuw verzamelen.
Passen zijn in orde, doch de groep moet worden gesplitst, en onze groep wordt aangewezen voor Kaldenkirche en moet om half 5 vertrekken.


16.30 uur
Wij worden met een auto van het “Vrouwelijke Hulpcorps” naar Venlo gebracht.


18 uur
Wij arriveren in Venlo, bij de “Chief Officers”.
De Amerikaanse auto is echter niet daar en zodoende moeten wij op het Amerikaanse Civil Aff. blijven slapen.
In het gebouw van de Repatriëring gaan wij eten. Wij krijgen daar vlees, boter, en een koffiebrood.


22 uur
Alles gaat naar bed.

 

9 maart 1945


8 uur
Alles is present en onder leiding van dr. Maureau gaan wij weer naar de Repatriëring eten. Onderweg worden wij opgeladen door een Amerikaan die ons er heen brengt.


10 uur
Wij worden met 4 man opgeladen, te weten Dr. Maureau, die ons persoonlijk daar wil brengen, P. Caris, M. Ramakers en mijn persoon. +/- een uur later volgden de anderen.
Er wordt ons een mooi landhuisje aangewezen, waar wij ons gezellig kunnen inrichten. Wij hebben het huis nog niet ingericht en daar is de Amerikaanse majoor al.


12 uur
Wij hebben pas ons half rantsoen opgegeten, de rest, koekjes, blikjes, vlees, kauwgum, cigaretten, chocolade, toffees en pakjes fruit steken wij in onze zak, en nu aan het werk, vlug een gebouw in orde gebracht en mensen ontvangen. Al vlug wemelt het van Russen, Polen, Fransen, Belgen, Italianen en niet te vergeten Hollanders. Het is hard werken voor ons allen, want wij staan met zeven man om alles en nog wat te regelen.


19.30 uur
Wij gaan met 5 man naar huis eten, 2 blijven tot 10 uur en zullen dan door 2 anderen worden afgelost. Thuis aangekomen wordt er vlug voor eten gezorgd en water gehaald om ons te wassen.


22 uur
Begin ik aan dit dagboek.
 

Dan schrijf ik nog vlug wat op Piet zijn briefje voor Doortje, wat tevens voor  thuis bestemd is, dat nemen morgen onze buren mee, ook Hollanders die hier zijn, zij zijn van het Rode Kruis van Heerlen.
 

Zaterdag 10 maart 1945

 
7 uur      
Opstaan, wassen en eten.
 
8.30 uur
Gaan wij naar ons gebouw voor D.P.’s en beginnen te poetsen en laten poetsen. Intussen is reeds een 2e gebouw in beslag genomen en direct na het eten word ik met nog een persoon naar het 3e gebouw gestuurd om in orde te brengen. Het gebouw is gelukkig schoon en opgeruimd, die eerste 2 waren verschrikkelijk vuil en binnen alles vernield.
Hier in Kaldenkirche is bijna niets gebeurd en ze hebben de Kerk ook niet opgeblazen. De mensen zijn schijnbaar allemaal geëvacueerd verder Duitsland in, er zijn hier nog ongeveer 100 mensen.
Winkels, cafés en dergelijke zijn hier niet meer, en die er waren zijn totaal geplunderd en vernield, de prachtigste huisraad is kapotgeslagen en verscheurd.
 
16.30 uur               
Wij zijn klaar met bedden maken en verder in orde brengen van het gebouw en gaan terug naar het eerste gebouw wat vol Italianen en Hollanders zit, waaronder ook een Weerter (Laenen van tegenover de meelfabriek).
Wij weten af en toe niet meer wat wij praten: Engels, Duits, Hollands (af en toe) Vlaams en een petit peu Fransoisisch.
Tegen de meesten moeten we Duits praten.
Bij de Italianen is een kok en die moet voor de hele zwik koken, er is Vlees genoeg, aardappelen en groenten weinig, maar er is ook Amerikaanse kost aangekomen.
Wij zelf hebben ook ons rantsoen voor 2 dagen aangekregen. Cacao, boter, cornetbeef, pindakaas, koffie, peren, pruimen, grapefruit, zout, suiker, tomaten, van alles en nog wat, te veel, wij kunnen het nooit op.
 
21 uur    
Worden wij afgelost en gaan eten, kaarten nog even en gaan slapen.
 
 
 

Zondag 11 maart 45

 
6.30 uur
Word ik geroepen door mijn slaapmaat P. Caris (onze commandant).
Het is vandaag mijn beurt om kok te zijn, dat is geen lollig baantje, eerst koffie zetten, eierkoekjes bakken, brood snijden, tafel dekken, de hele ploeg de deur uitwerken, opnieuw beginnen voor de nachtploeg die thuiskomt, en dan +/- 10 uur kun je zelf beginnen met eten, dan afwassen en voor de middag zorgen. Er is hier geen mens in de kerk, dus daar kunnen wij niet naartoe.
 
12 uur    
Eten klaar. 3 man komen.
 
13 uur    
Drie man komen.
 
15.30 uur               
Alles is afgewassen en daar komt de Commandant eten, hij barst van de honger maar kon niet eerder weg, want er zijn enkele honderden Russen, Polen en Italiaanse krijgsgevangenen binnengekomen en nu hebben we een 4de gebouw in beslag moeten nemen, daarbij hebben we de hele distribuering van duizenden kilo’s levensmiddelen in handen, waarvan ik vanavond een staat van calorieën moet maken. (De Russen en Polen krijgen 3200 cal per dag en de Belgen, Hollanders, Fransen en Italianen 2400)
In Nederlands bevrijd gebied krijgen we maar 1600-2000.
Wij hier in Kaldenkirchen krijgen misschien wel 6000 cal.
 
16.30 uur               
Krijgen we weer nieuwe voorraad levensmiddelen binnen voor 1 dag. (Bij ons thuis genoeg voor een halve week.) Nu ik vandaag zelf heb moeten koken, kan ik nog geen eten meer zien.
Daarna weer afwassen en voor het avondeten zorgen. (Ik bak voor ieder een flinke lap vers vlees (want ik kan geen bussen vlees meer zien, het is mij te vet), verder snij ik wit brood, zet koffie en wie niet genoeg aan het vlees heeft neemt maar cornetpork, kaas, pindaboter, suiker, jam, of hetzelfde wat hij wil).

 
Des namiddags komt de docter en schrijf ik vlug een briefje naar thuis en hij zal Woensdag terugkomen.

 
21 uur    
Komt de laatste eten, daarna weer afwassen en nu zit voor mij gelukkig de dag er weer op. Het is half 11, even het dagboek bijschrijven en dan naar bed.

 
 

Maandag 12 maart 1945

 
7 uur             
Weer opstaan.
 
8 uur             
Weer naar ons werk. We hebben intussen al 7 gebouwen, waarin we mogen werken, D.P.’s inbrengen, eten uitreiken, en voor alles en nog wat zorgen.
Verder loopt de dag als gewoonlijk en komen mensen aan van allerlei verschillende nationaliteiten.
 
19 uur          
Gaan we met een paar man naar huis, want we moeten de nachtdienst opknappen (slapen in de keuken van het hoofdgebouw).
 
22 uur          
Caris en mijn persoon gaan wacht kloppen, om op 13 maart om 6 uur op te staan.
 

Dinsdag 13 maart 1945

 
6 uur             
Begint ons werk weer om slaapgerei op te ruimen en intussen is onze Italiaanse kok ook gekomen en begint de boel af te wassen en koffie te zetten. Ik ga even de gebouwen af om te kijken of er ook gepoetst wordt. (Caris gaat eten, want hij moet verder ook weer de hele dag dienstdoen.)
Ik ben verder vandaag vrij.
Thuis ga ik met Math. Ramaekers die keukendienst heeft een fijne cake bakken, die wel een beetje bruin wordt, maar even lekker smaakt.
 
14 uur          
Ga ik even kijken omdat Caris nog niet gegeten heeft of ik hem niet een uurtje af kan lossen en daar wordt mij gevraagd of ik even mee naar Roermond, Sittard en terug over Venlo wil gaan, wat ik aanneem.
Zodoende kwam ik nog eens in Holland, ik had ongeveer 8 of 9 mensen uit Roermond bij me en de rest Belgen en Fransen.
Over de grens bij Roermond begon het gejuich van de mensen die hun herkenden, we hebben vanaf de grens tot in Roermond door één juichende menige gereden. Jammer genoeg kon ik niet even naar huis gaan, maar niettemin was het een uitstapje voor mij.
 
18 uur          
Had ik de avonddienst tot 10 uur en ben ik bij de Russen blijven eten met de Commandant.
De Italianen en Polen zijn jammer genoeg vertrokken, dat waren anders fijne mensen, bijna allemaal Katholiek, wel een tikje te romantisch, wat zich reeds uitwerkt, want ze zijn al 7 maanden in hetzelfde lager geweest, wat hun zodoende hopelijk niet zwaar aangerekend zal worden. Gelukkig wilden ze per se hun meisjes bij zich houden en nemen ze mee naar Italië (waar ze er ook mee trouwen, want nu kunnen ze nog niet.)
Zo maken we telkens vrienden en over 2 of drie dagen vertrekken ze weer, erna hebben we onder de Russen vrienden gemaakt.
Eén Pool moet daar blijven, want hij spreekt vloeiend Duit en Engels en kan omdat hij de Russen kent en verstaat ons prachtig helpen en de leiding geven aan de Russen, en tevens kan hij ons prachtig helpen met kantoorwerk. Hij lijkt sprekend op Toontje van Tante Nel en loopt altijd in zijn vestje rond, doch in plaats van een pet heeft altijd een klein blauw mutsje op. Door met hem te praten heb ik veel Engels bijgeleerd.
Onderwijl ik avonddienst heb ben ik een eindje met een knappe Russische geweest wandelen, wat ik verder de hele avond en volgende dag heb moeten horen.

Woensdag 14 maart 1945
 
7.45 uur       
Begint de dag, er is vandaag niet veel te doen, er komen een paar wagens Russen aan, ongeveer 50 die wij onderbrengen.
In de namiddag komt een auto Hollanders, meest Venlonaren, aan, die wij een half uur later met een Belgische Rode Kruis-wagen bestuurd door vrouwen verder sturen.
Van een van de meisjes uit Venlo waarmee ik wat heb zitten praten krijg ik een pakje cigaretten, wat ik in dank aanneem.
Even later komt de Docter, en die vertelt mij dat Mart v. Dooren mijn kleren mee naar Roermond heeft genomen. Met de docter ga ik even de zieken bezoeken en ga vervolgens de brieven van allemaal bij elkaar doen en schrijf voor Piet en mij een briefje erbij voor Doortje [Nijs?] en doe er het een en ander voor haar bij, of ze het gebruiken kan weet ik niet, want daar kan ik niet over oordelen.
Omstreeks 6 uur komt M[..] Stanley en Luit. Rumpke en vertelt dat er morgen 5 man naar Aldenkirche moeten. (Er zijn er vanmiddag twee bijgekomen, n.l. Toon Gerits kok en Bèr Gofers). Zo blijven er hier ook 5.
Weg gaan: Caris, Francken, Petit, Nijkens en Wolter, en hier blijven Gerits, Gofers, v Doren, Ramaekers en ik als plaatsvervangend commandant.
Omstreeks 8 uur komt de docter nog eens kijken, want hij kan niet weg, hij moet wachten op olie voor zijn auto.
Vanavond lezen we ook een krant. “Veritas”. Dat is het eerste nieuws wat wij vernemen, sinds wij weg zijn en twee brieven, eentje van Doortje en een van Stienen voor ons allemaal en we zijn er blij mee, want het is of we hier al maanden zitten.
 
Kaldenkirche, 15 maart 1945
 
Hedenmorgen het commando van Caris overgenomen, waardoor ik het dubbel druk krijg.
Om 12 uur komt Kapt. Simons mij zeggen dat wij om kwart over een ook vertrekken met hem naar Moers, 10 km van Duisburg en +/- 4 km achter het front (de Rijn). Hier moeten wij een nieuw centrum opbouwen voor Displaced Persons.
Wij krijgen een huis, d.w.z. een gedeelte, want de mensen zijn er nog in en komen al vlug over de brug met cognac, waarvan we goed gebruik maken.
Wij kunnen jammer genoeg niet meer onze eigen kost doen en moeten gaan eten bij de officieren met hun personeel van het Mill. Government, wat natuurlijk goed is.
 
 
Moers, 16 Maart 1945
 
Om half 8 gaan wij eten, hiervoor moeten wij 25 minuten lopen.
Hierna worden wij naar de gebouwen gebracht, waar de Kapt. ons de nodige inlichtingen verstrekt over ons werk hier, waarna wij aan het werk gaan.
Het ziet er hopeloos uit met de gebouwen. Alle kamers zitten vol banken, kasten, stoelen, tafels, enzovoort. Ruiten staat er niet meer in en de vensters zijn gebroken.
Het geeft veel werk, en nog denzelfde dag komen er om half 4 al Displaced Persons aan, welke we gelukkig al onder kunnen brengen. Het zijn er in het geheel 101.
Na het eten moet ik Kapt. Simons verslag uitbrengen, en dat in het Engels, dat valt nog niet mee.
 
 
Moers, Zaterdag 17 Maart 1945
 
Om 7 uur staan wij op en gaan eten, waarna wij aan het werk gaan.
Het valt niet mee, om over zo een groot gebouw het werk te verdelen, en dan gaan die Russen ook nog de hele tijd lopen. Mijn mannen kunnen ze bijna niet bij zich houden, en daarom moet ik af en toe opdonderen en niet veel goeds beloven.
Het wordt laat vanavond, en eer ik klaar ben en het rapport geschreven, is het half 3.
 
 
Moers, Zondag 18 Maart 1945
 
Kwart voor 7 gaan wij met 3 man naar de Kerk.
Het wordt weer een drukke dag, want we verwachten 200 D.P.’s, welke vandaag gelukkig niet arriveren, er komen er wel ruim 50, maar deze hadden wij niet verwacht.
Het wordt weer laat, +/- 2 uur.
 
Moers, Maandag 19 Mrt 45
 
Om 11 uur komt Kapt. Wickersham en dondert flink op, waarna alles aan het werk gaat. +/- 10 [minuten] later komen mijn mannen mij vertellen dat er bijna geen mannen meer te vinden zijn, alles is spatsieren.
Met twee man kunnen we niet eens gaan eten, want daar moeten mensen doorgevoerd worden naar Roermond en eer dat gebeurd is, is het zo laat dat wij niet meer hoeven te gaan.
De Kapt. is de hele morgen weggeweest en zodoende ik kreeg ik het alleen op te knappen.
Wij zijn nu ook al in het 2e gebouw aan het werk.
Het zijn grote scholen en alles is kapot. Wij hebben dubbel zwaar werk en zijn met veel te weinig man. Om 2 uur gaan we naar bed.
 

 
 
Moers, Dinsdag 20 maart 1945
 
Vandaag weer een zware dag. De laatste Hollanders die nog hier zijn worden op transport gesteld.
We houden toezicht op het werk in gebouw 2.
Er komen steeds D.P.’s binnen, ruim 100 op de hele dag.
Vanavond schrijf ik een brief naar huis, hoe ik hem daar krijg weet ik nog niet.
Om half 3 gaan we naar bed, nadat we alle administratie voor morgen klaar hebben.
 
 
Woensd. Moers 21 Maart 1945
 
Vandaag beginnen we te registeren met twee Russen, een Dimitri Scherban en de andere Victor Tanago. De eerste is een docterszoon.
Het zijn +/- 500 mensen.
Vanmorgen om 10 uur begon ik te eten, en om 12 uur was ik klaar, ik moet overal tegelijk zijn.
Tot half 8 blijf ik in de gebouwen en ga dan verslag uitbrengen bij de Kapt., tot half 9. Dat moet in het Engels. Hierna moet ik nog een borrel met hem drinken en ga dan naar huis.
 
 
Donderdag 22 Maart 1945
 
[Leeg]
 
 
 
Moers, Vrijdag 23 maart 1945
 
Het wordt hier langzaamaan beter. We geven stilaan het werk over aan de Russische en Poolse Dolmetscher, en beginnen zelf te ontluizen met een motorspuit.
Het begint beter te gaan, er komen vandaag bedden, dekens en al dies meer aan, wat gesorteerd en verdeeld wordt.
 
 
 
Moers, Zaterdag 24 maart 1945
 
Vanmorgen om half 7 hebben we een extra H. Mis (de burgers mogen alleen van 10 tot 1 uur op straat) voor ons met generale absolutie en H. Communie.
Wij hebben dit gisterenavond besproken. Dit is onze Paascommunie.
 
 
Moers, Zondag 25 Maart 1945
 
Wij zijn gisteren naar ons nieuwe huis vertrokken, en zijn nu bij de Kapt. in huis.
Tegen 11 uur vertrekt weer een wagen Holl., Belgen en Fransen, waarmee ook de Russ. Dolmetcher en ik meegaan naar Lintfort, waar wij bij Kapt. Wickersham uitgenodigd zijn op diner.
Om 1 uur vragen ze mij mee met een Majoor om als tolk dienst te doen, hij moet even naar de burgemeester.
Bij de Kapt. blijven we verder de hele namiddag doorpraten, wat allemaal in het Engels en Duits gebeurt. Er zijn nog 4 vertegenwoordigers daar van D.P. centres, 2 van Lintfort en 2 van Roerord [Ruhrort] en wij met 2.
Omstreeks 5 uur worden we weer naar huis gebracht.
 
 
Moers, Maandag 26 maart 1945
 
We zijn vandaag weer aan het administreren. Ik heb er een knap Pools meisje bijgehaald, die vloeiend Duits en Russisch praat, om als tolk dienst te doen, want de meeste Russen en Polen verstaan geen letter Duits, en zijn daarbij absoluut ongeletterd.
Vanmiddag zijn de Kapt. en ik met een stel Russen naar Rijnsburg om eten te halen, wat in een zoutfabriek verstopt moet zijn.
De Kapt. en de Russen blijven zolang ondergronds, dat we bang worden. Maar als we willen gaan zoeken roept hij achter ons, waar hij door een schuilkelder naar boven is gekomen.
Als wij mee naar beneden gaan, blijkt dat onder het gehele gebouwencomplex oude gangen lopen, die nu opengehakt zijn.
We verzamelen een vrachtwagen vol levensmiddelen, meest boter, kaas en konserven (vlees, groenten en kaas).
Gisterenavond heb ik kennis gemaakt met een net Russisch meisje, dat bij ons in huis in de keuken werkt, met enkele Poolse meisjes waar niks aan is en zo gek als een rad zijn.
Hiermee blijf ik nog lang gezellig doorpraten.


Moers, Dinsdag 27 Maart 1945
 
Vandaag beginnen wij de zaak over te dragen aan de Amerikaan, omdat wij over een paar dagen zullen vertrekken. Vanavond doen wij wat gezelschapsspellen.
 
 
Moers, Woensdag 28 Maart 45
 
Vanmorgen zijn we tamelijk laat. Vandaag komen er +/- 50 Polen bij, wij brengen alle Polen onder in gebouw 2.
Wij hebben er nu +/- 600 in ons kamp. Er is vandaag ook een Russ. docter aangekomen, een chirurg.
Vanavond bespreken wij de mogelijkheid om naar huis te gaan, en krijgen 3 van ons, 2 getrouwden en de jongste, verlof om morgen te gaan en overmorgen terug te komen.
Hierna schrijf ik nog vlug een brief naar huis en een naar Dr. Van Lammeren.
 
 
Donderdag 29 Maart 1945
 
Het is vandaag de een na laatste dag dat wij hier zijn en we geven onze werkzaamheden over aan de Dolmetchers. Om half 2 vertrekken de drie verlofgangers.


Moers, Vrijdag 30 Maart 1945
 
Om 10 uur komen de verlofgangers terug en brengen mij een pakje en brieven mee.
Om 4 uur gaan wij ons zaakje inpakken.
De Kapt. en de chauffeur zijn vandaag gaan kijken naar het nieuwe kamp.
 
 
Moers, Zaterdag 31 Maart 1945
 
Om 9 uur moet ik op het D.P. centre zijn, waar de auto zal komen die ons naar Dinslaken brengt.
Om half 12 ga ik naar huis om te eten, omdat de auto niet aangekomen is.
Om half 1 komen ze mij vertellen dat er een auto is met een Franse chauffeur, die zich verlaat had, omdat hij de weg niet wist.
Half 2 vertrek ik met de Poolse en Russische meisjes, die ik naar een D.P. centre moet brengen bij Aldenkirche. (Een van de kleine kampen van Caris.)
Ik ben daar pas eenmaal geweest en kan het daarom niet terugvinden, en de enige oplossing dat ik ze naar mijn eigen kamp in Moers breng, waar ik de Poolse aan de Poolse commandant overdraag en voor het Russische meisje welke intussen mijn vriendin geworden is, de beste en mooiste zaal van het kamp opzoek, waar zij gelukkig ook nog vriendinnen treft.
Half 4 vertrekken wij uit Moers en komen om half 6 aan in Buschmannshof bij Dinslaken, waar wij met onze volle auto nog een 15 tot 20 Franse krijgsgevangenen opladen, die pas vrijgekomen zijn, en naar het kamp brengen.
Om half 8 staan wij met onze auto voor de school waar de Franse soldaten liggen en moeten wachten tot Kapt. Simons ons af komt halen.
Wij weten nog niet naar welk huis wij moeten.
Tegen 8 uur komt de Kapt. en zal ons voorlopig naar een café brengen, waar wij de nacht kunnen doorbrengen.
Als wij wegrijden, zien wij een auto met de Nederlandse vlag komen, welke van Caris en zijn groep blijkt te zijn.
We brengen de avond verder door met onze wederzijdse wedervaren over de beide kampen te verstrekken. Het lijkt wel of we maandenlang in plaats van dagen van elkaar zijn geweest.
 
 
 
Buschmannshof, 1 april 1945
Hoogfeest van Paasen
 
Het is Paasen, maar naar kerk gaan kunnen wij niet, want er is hier geen kerk in de buurt. Ik neem mij voor de dag zoo goed mogelijk te besteden.
Het wordt hard werken vandaag. We betrekken ons huis (wat we vandaag wel moeten doen, want morgen moeten we in het kamp werken), wat nogal wat werk met zich meebrengt, omdat het helemaal overhoop ligt.
In de namiddag roept de Kapt. Caris en mij bij zich om de zaak te bespreken, waarna wij tweeën naar het kamp moeten gaan om daar met de Dolmetchers de zaak verder te regelen.
Er zijn ruim 1500 mensen daar en het moet als het gaat een lager van 5000 man worden.
Om 6 uur gaan wij eten, en brengen onze eerste dag samen verder gezellig door.
De Kapt. is deze namiddag komen zeggen dat de groep van Caris morgen weg moet, maar dat heeft hij voor de eerste paar dagen toch ongedaan gemaakt gekregen.
 
 
 
Buschmannshof, 2 April 1945
 
Half 8 eten bij het Franse leger. Werken tot 12 uur. Rusttijd en eten tot 2 uur.
+/- 3 uur krijg ik flink kiespijn en kan vanavond bijna niet eten. Vanavond ben ik tamelijk beroerd en ga vroeg naar bed.
 
 
Buschmannshof, 3 april 1945
 
Vanmorgen arriveren 4 Franse meisjes, die ons komen helpen.
Zij slapen met de Kapt, de Amerikaanse chauffeur, de Franse chauffeur en ons tezamen in een huis en werken ook in het kamp met ons mee.
Twee spreken Engels en Duits, maar de twee anderen alleen Frans.
Van deze laatste krijg ik er een mee en nog liefst de knapste en het aardigste meisje van het hele stel.
Het is gezellig samenwerken daarmee, ondanks het spraakverschil. Maar dat mag niet hinderen. Ik versta haar, maar kan het nog niet spreken (als gebrekkig), en als ik Engels praat verstaat zij mij, maar kan het ook niet spreken (alleen maar “good morning, good evening, thank you, blankets, windows” e.d. gebroken zinnen klaarmaken).
Maar we doen beide ons best, zij om Engels te praten en ik om Frans.
Om 4 uur ga ik even naar een Amerikaans veldhospitaal en laat mij daar 2 kiezen trekken, wat mij een hele verlichting is. Ik hou wel vandaag en morgen nog mijn dik gezicht, maar de ergste pijn is weg.
De Française moet nog de hele tijd naar mijn dik gezicht kijken en begint dan telkens te lachen, maar ik kan toch vanavond weer tamelijk goed eten.
Later op den avond komen de Kapt. en de Française ombeurten nog eens naar mijn kiespijn informeren, dus ik kan over belangstelling niet klagen.
 




Op de kaart:


 

Bedankbrief




Met plezier gelezen? Overweeg dan eens te klikken op een van deze links:
Link 1 of link 2.

Terug naar Theater
"In Moers werd mij een bijbel gegeven, met het verzoek deze aan u te geven""Ik hoop dat het adres nog hetzelfde is en dat u deze brief bereikt""Met groeten van een onbekende aan een onbekende verblijf ik""Wij zorgden voor de repatriëring van de daar te werk gestelde buitenlanders""In 1945 was ik met het Rode Kruis in Duits- land voor de repatriëring van te werk gestelden"Weet u meer? Mail naar: tips@oscarkocken.nl
p. 309