Inhoud

Inhoud


Groeten van een onbekende


De Zoektocht | Dagboeken | Puzzel mee! | Steun dit project


Hoe de coronamaatregelen ook kunnen leiden tot iets moois: maandenlang werden al mijn optredens geannuleerd, maar dat betekende dan weer wel dat ik mooi tijd had om eindelijk te werken aan een lang gekoesterde wens waarvan het tot nu toe steeds maar niet kwam. Op deze pagina kunt u meer lezen over dit project.

Exact 75 jaar geleden schreef mijn opa een dagboek. Met het Rode Kruis trok hij als vrijwilliger met de Amerikaanse bevrijders mee richting het front. Daar zorgde hij voor de verpleging en repatriëring van te werk gestelde buitenlanders en krijgsgevangenen, toen hij tussen alle gewonden en ontheemden een Nederlandse jongen trof, die hem vroeg de bijbel die hij bij zich droeg namens hem terug te brengen aan zijn ouders. Opa heeft in de jaren na de oorlog vele pogingen ondernomen om deze mensen op te sporen, maar hen nooit weten te vinden.
Helemaal vooraan in de rij: mijn opa, 23 jaar oud.
 

Mijn opa leeft niet meer, maar bij het opruimen van de zolder vond mijn oma deze bijbel weer. Tussen de bladzijden zaten brieven van mijn opa aan mogelijke contacten van de jongen en zijn ouders. Aan de hand daarvan en met behulp van het dagboek probeer ik nu deze zoektocht nieuw leven in te blazen. Het is hoog tijd om alles uit pluizen, op zoek naar aanknopingspunten. Want zou het niet mooi zijn als deze bijbel na 75 jaar alsnog wordt herenigd met een nabestaande? Ik begin deze zoektocht vandaag, op 8 maart 2020, exact 75 jaar nadat mijn opa in een Amerikaanse legertruck stapte en zijn intrigerende dagboek begon (lees hier enkele fragmenten). Geen idee of het lukt, of er nog ergens een ver familielid leeft. Maar ik wil het tóch proberen.
Welkom dus bij deze enorme zoektocht, leuk dat u meeleest. Telkens wanneer ik iets nieuws weet, meld ik het hieronder, dus scroll zeker verder naar beneden en denk mee. In deze hooiberg is elke hulp welkom.

Een van de vele brieven die mijn opa stuurde, maar die helaas weer retour afzender kwam. "Met groeten van een onbekende aan een onbekende verblijf ik."



 

Even tussendoor:


Hoi, mijn naam is Oscar Kocken. Ik ben de kleinzoon van Anton Nouwen en als er even geen corona heerst, dan werk ik als schrijver, interviewer, presentator en programmamaker. Wilt u daar meer van weten, klik dan hier. Misschien vindt u het wel leuk als ik - op anderhalve meter afstand - iets kom vertellen over dit project. Mail dan maar even naar post@oscarkocken.nl.

 


De onderscheidingen die mijn opa na de oorlog ontving

 

 

 

 

 

 

De zoektocht


Eerder beschreef ik op deze pagina stap voor stap de vorderingen in de zoektocht naar de (nabestaanden van de) eigenaar van de bijbel. Dat werd een tikkeltje rommelig, want zoals u begrijpt vloog dat alle kanten op. Van hoopvolle aanknopingspunten naar jammerlijk dode sporen. Om wat overzicht aan te brengen in dit onvoorspelbare avontuur schreef ik voor u onderstaand verhaal. Hou vast, daar gaan we:



Mijn oma dacht ons een lol te doen door alvast zélf de zolder op te ruimen. "Scheelt jullie straks een boel tijd," zei ze monter.
"Maar ik vond daar dus een bijbeltje..."
En zo herinnerde ze zich iets wat zij lange tijd vergeten was en mij lange tijd bezig zou gaan houden.


"Je weet dat opa in de oorlog bij het Rode Kruis zat, toch?"
- "Zeker, ik kreeg z'n dagboek toen hij overleed."
"Precies. Maar wist je ook dat hij in één van de kampen een Nederlandse jongen ontmoette die hem vroeg om alsjeblieft zijn bijbel terug naar Nederland te brengen?"


Ik wist dit niet, maar aangezien oma die bijbel op zolder had gevonden, begreep ik dat opa de belofte niet had kunnen waarmaken.
"Het is nu 75 jaar later, dus we moeten haast maken als we nog een nabestaande willen vinden. Maar nu dacht ik: jij kent toch veel mensen, Oscar?"


En zo kreeg ik dus de opdracht om de zoektocht van mijn opa tot een goed einde te brengen. 75 jaar na dato mocht ik gaan zorgen dat een in de oorlog overhandigde bijbel terug zou komen bij iemand die vast niet wist dat hij of zij gezocht werd. Maar ik had aanknopingspunten!

Allereerst: voorin de bijbel stond een naam. Ik mocht er toch vanuit gaan dat dit de naam was van de jongen die opa in een van de kampen had ontmoet. Ook wist ik dat hij ooit gewoond had in Woerden. Maar ja, googlen op die naam en die plaats leverde niks bruikbaars op...


Google leerde me wel dat men de zondagsschool meestal verlaat rond zijn 12e/13e. Aangezien dat in 1938 gebeurd was, zou dat betekenen dat hij geboren moet zijn rond 1925/1926. Dan was hij 20 op het moment dat mijn opa hem tegenkwam. Misschien had ik iets aan deze info...

In de bijbel zaten een paar brieven. De ene was een aanbevelingsbrief, kennelijk door de oom van deze knul geschreven, in zijn allerbeste Duits.
Deze oom - G. Bloemendaal - schreef dat zijn neef "die einigste Sohn meiner Schwester" was. Nu wist ik iets héél belangrijks...


Als ik de ouders van deze jongen wilde traceren, dan moest ik blijkbaar op zoek naar een familie Van Leeuwen-Bloemendaal. En die moesten bovendien ooit "wohnhaft in Woerden" zijn geweest. Zouden zij misschien wél in de archieven te vinden zijn?

Jawel, dat lukte! Dankzij de hulp van wat fanatieke mensen die net als ik in deze tijden van corona tamelijk werkloos waren en geen zin hadden in de puzzels van Jan van Haasteren, maar wél in deze.


Nu hadden we dus de ouders gevonden van deze jongen. In de bijbel hadden zij hun zoon veel sterkte gewenst, misschien wel vlak voordat hij naar Duitsland moest om daar te gaan werken... Maar ja, die ouders waren uiteraard inmiddels overleden. Hoe nu verder?


Bovendien: hoe moest ik de zin "die einigste Sohn meiner Schwester" lezen? Betekende dit dat de jongen van de bijbel het enige kind was in dat gezin, of alleen de enige zoon? Had hij misschien nog zussen? Want díe zouden dan héél misschien nog wel nog in leven kunnen zijn!

Ik schreef al dat er meerdere brieven bij de bijbel zaten. Een andere brief was die van mijn opa zelf. Deze eindigde met: "Groeten van een onbekende". Deze zin vond ik zo treffend voor deze speld-in-een-hooiberg-zoektocht dat die gebruikte als naam voor een speciaal voor deze speurtocht opgerichte website.


Op deze site deed ik verslag van mijn vorderingen. Ook hier kwamen langzaam maar zeker tips binnen. Want ik zat met flink wat vragen. Zo was er nóg een brief: deze was van een dominee in Woerden aan wie mijn opa tijdens zijn speurtocht had geschreven.
Deze dominee - C. Chr. Griffioen - hield er behalve een haast onleesbaar handschrift ook de overtuiging op na dat de door mijn opa gezochte mensen inmiddels niet meer in Woerden woonden, maar verhuisd waren naar Leeuwarden. Hij gaf een - eveneens lastig ontcijferbaar - adres.


Mijn opa schreef dat adres op een envelop en stuurde een nieuwe brief. Het feit dat ik deze brief nu in de bijbel vond betekende dat deze retour afzender was gekomen. Klopte het adres niet? Of waren de mensen alweer verhuisd?


Wat mij vooral bevreemde: mijn opa had de brief geadresseerd aan Corn. Marinus van Leeuwen. Waarom zou hij dat hebben gedaan? Hij wist de namen van de nabestaanden natuurlijk niet. Was de verklaring misschien zo simpel?

Ondertussen las ik ook het dagboek van mijn opa. Zou daar de ontmoeting in staan? Vond ik zo misschien een aanknopingspunt?
Wat ik las stelde niet gerust: verhalen over hoe opa met brancard door mijnenvelden loopt, hoe hij angstig probeert te slapen als hij vlak bij het front de raketten hoort overvliegen, of wanneer hij een verlaten hospitaal vol achtergelaten patiënten ontdekt met open wonden vol met maden...


Met dit soort fragmenten raakte de laatste zin uit de aanbevelingsbrief van de oom mij ook des te meer: "Wollen Sie so gut sein mein Neffe etwas entgegen zu kommen, weil das Leben für ihm noch ein Anfang nehmen must."
Hij was toen net 20 jaar oud.
Een brok in mijn keel.


En toen op een avond terwijl ik even tegen de muren van mijn verdriet over alle coronaperikelen aanliep, kreeg ik een bericht van iemand die viavia over mijn zoektocht had gehoord:
"Nicolaas Jacob van Leeuwen en Wilhelmina Bloemendaal waren de opa en oma van mijn moeder."

Wacht even.
Hoe zat dit??
Wat bleek: Nicolaas en Wilhelmina hadden naast Cornelis Marinus nóg drie kinderen gekregen. En hier waren kleinkinderen én achterkleinkinderen van gekomen, en met één daarvan had ik nu tot mijn stomme verbazing ineens contact! Maar het werd mooier: één van de zussen van de jongen van de bijbel was op dit moment nog in leven én in goede gezondheid.

En het werd zelfs nóg mooier, vertelde ze: de weduwe van Cornelis Marinus leefde ook nog. En als ik wilde, dan kon ik haar bellen. Maar wácht eens? Een weduwe? Hoe zat dit dan weer? Ik belde mijn oma om dit verwarrende nieuws te delen.
"Dus... dan had hij de oorlog overleefd?" aarzelde ze.
"Dat moet dan wel," zei ik.
"Heb je die mevrouw al gebeld?"
"Nee, maar dat ga ik nu doen."


Bonkend hart terwijl ik het nummer intoets.
Een vrouwenstem.
Ik stel me voor en vraag meteen: "Kent u iemand met de naam Cornelis Marinus van Leeuwen?"
"Jazeker. Daarmee was ik getrouwd," klonk het. "En hij was in 1945 in Duitsland."
"Aha. Dan weet u vast waar ik voor bel."


En inderdaad, ze wist het.
Haar achternichtje had haar inmiddels voorzichtig ingelicht dat er mogelijk een onbekende man zou bellen: ik.

De weduwe vertelt meteen honderduit: met een hoorbare glimlach haalt ze herinneringen op over hoe haar man na de oorlog weer naar naar Woerden kwam, waar zij elkaar ontmoetten. Vervolgens verhuisde hij naar Friesland, naar het adres waar mijn opa zijn brief - net iets te laat - naartoe had gestuurd, want ook daar verhuisde hij weer vandaan.

Mijn opa zat dus goed. Hadden die mensen het nieuwe adres van de jongen geweten, dan was de post doorgestuurd, hadden zij elkaar bij leven terug kunnen zien en had mijn opa hem de bijbel kunnen overhandigen. Alles klopte gewoon al die tijd. Op één ding na. Hij had de oorlog overleefd.

“Ik zou het wel heel mooi vinden als ik die bijbel een keer mag zien,” zei de weduwe.
“Nog sterker: hij is voor u,” zei ik. Want inmiddels had ik begrepen dat haar man in 2010 overleden was. “Bij zijn Heer,” zoals de weduwe het formuleerde.

En zo komt - na 75 jaar - de zoektocht ten einde. Zodra het in deze coronatijden weer verantwoord is, reis ik naar haar toe en overhandig ik de bijbel. Na 75 jaar, eindelijk op de plek waar hij al die tijd al hoorde. Ik ben blij. Heel blij. En mijn oma ook. “Ik zei toch: jij kent veel mensen.”

En daarin had ze gelijk. Blijkbaar ken ik veel fantastische, lieve, behulpzame mensen, die zich willen inzetten om onbekenden een plezier te doen.

Het was een eer dit te mogen doen, namens mijn opa, en ik kijk erg uit naar de naderende ontmoeting. Ik was al langer van plan om een theatervoorstelling te maken op basis van de dagboeken, maar nu weet ik eindelijk hoe ik het verhaal ga vertellen. En dankzij coronawerkloosheid heb ik tijd, dus nu gaat het er ook echt van komen. Eindelijk.

Als u tot hier bent blijven lezen, dan bent u het vast met me eens dat dit een bijzonder verhaal is. Ik heb zin om het nog veel vaker te vertellen. Het liefst in een mooi theater, zodra dat weer mag. Officieel staat er gepland dat ik hierover een voorstelling maak voor Theaterfestival Boulevard in 's-Hertogenbosch, maar u begrijpt: of dat door mag gaan is nog onduidelijk. Ach ja, zoals veel in het leven. Maar uiteindelijk komt alles ooit weer op z'n pootjes terecht, dat is nu wel duidelijk.

Eind goed al goed.
Dank voor het lezen.
Blijf gezond. En blijf thuis.
Houd vol, houd moed.
Tot snel. Ik heb er zin in. 💕


Eindelijk thuis

Het is zover: na 75 jaar is de zoektocht van mijn opa voltooid en is de Bijbel weer op z'n plek. Thuis, bij de weduwe van de man die hem als jongen in de oorlog verloor. Ik bracht de 90-jarige Friezin een bezoek, we aten oranjekoek en bekeken samen stápels foto's van haar man. En zo kwam alles na al die jaren alsnog op zijn pootjes terecht.



 

 

 

Steuntje in de rug


Natuurlijk kostte dit project veel tijd. Tijd die ik - ironisch genoeg - had dankzij de coronacrisis en het feit dat maandenlang al mijn optredens geannuleerd waren. Mocht u het project op prijs gesteld hebben en het zich kunnen permitteren, dan wordt een klein steuntje in de rug zeer gewaardeerd. Dat kan bijvoorbeeld via https://tikkie.me/pay/jpaituke4edu5ic25385
Mijn dank is groot! ❤️



Tenslotte: wilt u niet doneren, maar wel graag op de hoogte blijven van ontwikkelingen rondom dit project, dan kunt u hier klikken en uw mailadres achterlaten.

 

 

In de media

1 april 2020
Dagblad De Limburger heeft aandacht besteed aan de zoektocht. Ik hoop dat het Rode Kruis in Weert iets in de archieven vindt, of dat er mensen in Weert die mijn opa hebben gekend meer weten. Ik laat het u weten als er iets uit tevoorschijn komt.



8 april 2020
Vandaag aandacht voor deze zoektocht op Radio 1 en in het Algemeen Dagblad. Er is inmiddels een heleboel duidelijk geworden, daar ben ik heel blij mee. Wat ik alleen nog steeds niet helder heb: onder welke omstandigheden ontmoetten mijn opa en de jongen elkaar? Misschien meldt iemand zich die Cornelis Marinus heeft gekend in de jaren '44 en '45 en weet wat hij in die laatste oorlogsdagen deed.


11 april 2020
Vandaag mag ik over de zoektocht en de dagboeken van mijn opa vertellen bij Spijkers Met Koppen! Ook verschijnt er een artikel op de website van RTV Utrecht én bij de NOS.

15 april 2020
Vanavond werd ik geinterviewd op Radio 5. Hier kunt u het gesprekje terugluisteren.

17 april 2020
Gisteren werd ik geinterviewd bij QMusic, in het programma van Kai Merckx. Zodra ik een audio-linkje heb, plaats ik het hier.

3 september 2020

Een stukje in het Nederlands Dagblad:

 

Puzzel mee!

De zoektocht naar de eigenaar van de bijbel is voltooid. Maar het uitpluizen van de dagboeken gaat door! Als u verder naar beneden scrollt, dan kunt u fragmenten uit de oorlogsdagboeken van mijn opa lezen. Maar ook die roepen vragen op, dus ik hoop op uw hulp. Zodra ik iets heb waar ik niet uit kom, dan zal ik het hier plaatsen:

Vraag 1 OPGELOST

Mijn opa schrijft hier over een plaats in de buurt van het Duitse Dinslaken (zie derde regel van onder). Ik ontcijfer "Büsmanschaff", maar dat is geen bestaande plaats. Iemand enig idee wat dit wel kan wezen? Dank u zeer!

Mocht u mee kunnen denken, laat het mij weten via tips@oscarkocken.nl

Wauw, opgelost!


Vraag 2 OPGELOST
De vorige keer hebben jullie me zo goed geholpen, dus daar ben ik weer: Er is hier sprake van een kamp (lager) in Vorstenburch. Het moet vlak in de buurt van Oberhausen/Sterkrade zijn, maar daar krijg ik het niet gevonden op de kaart. Iemand een idee?

En ook weer opgelost. Om precies te zijn: Kriegsgefangenenlager Forsterbruch. Dank u zeer!

Vraag 3

Mocht u enig idee hebben over welke personen dit zou kunnen gaan, dan hoor ik het graag! Mail naar tips@oscarkocken.nl




Vraag 4

Ik probeer de route die mijn opa aflegde terwijl hij de Amerikaanse bevrijders volgde te reconstrueren. Dat gaat vrij goed, maar aangezien hij niet elke plaatsnaam juist verstaan zal hebben (en/of fonetisch noteerde) is dat soms alsnog een hele puzzel. Als u wijs kunt uit de volgende plaatsnamen, dan doet u mij een groot plezier. Ikzelf localiseerde op de kaart al Walsum, Recklinghausen, Datteln, Nordkirchen, Capelle, Ahlen, Bielefeld en Detmold. Maar Doraden (???), Dephen en Dreibergen/Derbergen stellen mij voorlopig voor een raadsel. Kunt u het ontcijferen? Weet u wel welke plaatsen bedoeld worden?
Mailen kan naar tips@oscarkocken.nl



 

 

 

 

 


Dagboekfragmenten


Hier deel ik met u fragmenten uit het dagboek, voor zover ik het ontcijferd heb. De hoop is natuurlijk daarin meer te weten te komen over de jongen die mijn opa de bijbel overhandigde, maar ja, ik begin maar gewoon bij het begin.


 
Dagboek van onze ervaringen van onze reis en ons werk Kaldenkirche van Ant. Nouwen

8 maart 1945

9 uur
Verzamelen Rode Kruis-post Markt Weert. Opdracht: Naar Roermond. 10 uur vertrekken.


10 uur
Alles klaar in Eng. Rode Kruis wagen. Plotseling wordt gemeld, passen niet klaar.


14 uur
Opnieuw verzamelen.
Passen zijn in orde, doch de groep moet worden gesplitst, en onze groep wordt aangewezen voor Kaldenkirche en moet om half 5 vertrekken.


16.30 uur
Wij worden met een auto van het “Vrouwelijke Hulpcorps” naar Venlo gebracht.


18 uur
Wij arriveren in Venlo, bij de “Chief Officers”.
De Amerikaanse auto is echter niet daar en zodoende moeten wij op het Amerikaanse Civil Aff. blijven slapen.
In het gebouw van de Repatriëring gaan wij eten. Wij krijgen daar vlees, boter, en een koffiebrood.


22 uur
Alles gaat naar bed.

 

9 maart 1945


8 uur
Alles is present en onder leiding van dr. Maureau gaan wij weer naar de Repatriëring eten. Onderweg worden wij opgeladen door een Amerikaan die ons er heen brengt.


10 uur
Wij worden met 4 man opgeladen, te weten Dr. Maureau, die ons persoonlijk daar wil brengen, P. Caris, M. Ramakers en mijn persoon. +/- een uur later volgden de anderen.
Er wordt ons een mooi landhuisje aangewezen, waar wij ons gezellig kunnen inrichten. Wij hebben het huis nog niet ingericht en daar is de Amerikaanse majoor al.


12 uur
Wij hebben pas ons half rantsoen opgegeten, de rest, koekjes, blikjes, vlees, kauwgum, cigaretten, chocolade, toffees en pakjes fruit steken wij in onze zak, en nu aan het werk, vlug een gebouw in orde gebracht en mensen ontvangen. Al vlug wemelt het van Russen, Polen, Fransen, Belgen, Italianen en niet te vergeten Hollanders. Het is hard werken voor ons allen, want wij staan met zeven man om alles en nog wat te regelen.


19.30 uur
Wij gaan met 5 man naar huis eten, 2 blijven tot 10 uur en zullen dan door 2 anderen worden afgelost. Thuis aangekomen wordt er vlug voor eten gezorgd en water gehaald om ons te wassen.


22 uur
Begin ik aan dit dagboek.
 

Dan schrijf ik nog vlug wat op Piet zijn briefje voor Doortje, wat tevens voor  thuis bestemd is, dat nemen morgen onze buren mee, ook Hollanders die hier zijn, zij zijn van het Rode Kruis van Heerlen.
 

Zaterdag 10 maart 1945

 
7 uur      
Opstaan, wassen en eten.
 
8.30 uur
Gaan wij naar ons gebouw voor D.P.’s en beginnen te poetsen en laten poetsen. Intussen is reeds een 2e gebouw in beslag genomen en direct na het eten word ik met nog een persoon naar het 3e gebouw gestuurd om in orde te brengen. Het gebouw is gelukkig schoon en opgeruimd, die eerste 2 waren verschrikkelijk vuil en binnen alles vernield.
Hier in Kaldenkirche is bijna niets gebeurd en ze hebben de Kerk ook niet opgeblazen. De mensen zijn schijnbaar allemaal geëvacueerd verder Duitsland in, er zijn hier nog ongeveer 100 mensen.
Winkels, cafés en dergelijke zijn hier niet meer, en die er waren zijn totaal geplunderd en vernield, de prachtigste huisraad is kapotgeslagen en verscheurd.
 
16.30 uur               
Wij zijn klaar met bedden maken en verder in orde brengen van het gebouw en gaan terug naar het eerste gebouw wat vol Italianen en Hollanders zit, waaronder ook een Weerter (Laenen van tegenover de meelfabriek).
Wij weten af en toe niet meer wat wij praten: Engels, Duits, Hollands (af en toe) Vlaams en een petit peu Fransoisisch.
Tegen de meesten moeten we Duits praten.
Bij de Italianen is een kok en die moet voor de hele zwik koken, er is Vlees genoeg, aardappelen en groenten weinig, maar er is ook Amerikaanse kost aangekomen.
Wij zelf hebben ook ons rantsoen voor 2 dagen aangekregen. Cacao, boter, cornetbeef, pindakaas, koffie, peren, pruimen, grapefruit, zout, suiker, tomaten, van alles en nog wat, te veel, wij kunnen het nooit op.
 
21 uur    
Worden wij afgelost en gaan eten, kaarten nog even en gaan slapen.
 
 
 

Zondag 11 maart 45

 
6.30 uur
Word ik geroepen door mijn slaapmaat P. Caris (onze commandant).
Het is vandaag mijn beurt om kok te zijn, dat is geen lollig baantje, eerst koffie zetten, eierkoekjes bakken, brood snijden, tafel dekken, de hele ploeg de deur uitwerken, opnieuw beginnen voor de nachtploeg die thuiskomt, en dan +/- 10 uur kun je zelf beginnen met eten, dan afwassen en voor de middag zorgen. Er is hier geen mens in de kerk, dus daar kunnen wij niet naartoe.
 
12 uur    
Eten klaar. 3 man komen.
 
13 uur    
Drie man komen.
 
15.30 uur               
Alles is afgewassen en daar komt de Commandant eten, hij barst van de honger maar kon niet eerder weg, want er zijn enkele honderden Russen, Polen en Italiaanse krijgsgevangenen binnengekomen en nu hebben we een 4de gebouw in beslag moeten nemen, daarbij hebben we de hele distribuering van duizenden kilo’s levensmiddelen in handen, waarvan ik vanavond een staat van calorieën moet maken. (De Russen en Polen krijgen 3200 cal per dag en de Belgen, Hollanders, Fransen en Italianen 2400)
In Nederlands bevrijd gebied krijgen we maar 1600-2000.
Wij hier in Kaldenkirchen krijgen misschien wel 6000 cal.
 
16.30 uur               
Krijgen we weer nieuwe voorraad levensmiddelen binnen voor 1 dag. (Bij ons thuis genoeg voor een halve week.) Nu ik vandaag zelf heb moeten koken, kan ik nog geen eten meer zien.
Daarna weer afwassen en voor het avondeten zorgen. (Ik bak voor ieder een flinke lap vers vlees (want ik kan geen bussen vlees meer zien, het is mij te vet), verder snij ik wit brood, zet koffie en wie niet genoeg aan het vlees heeft neemt maar cornetpork, kaas, pindaboter, suiker, jam, of hetzelfde wat hij wil).

 
Des namiddags komt de docter en schrijf ik vlug een briefje naar thuis en hij zal Woensdag terugkomen.

 
21 uur    
Komt de laatste eten, daarna weer afwassen en nu zit voor mij gelukkig de dag er weer op. Het is half 11, even het dagboek bijschrijven en dan naar bed.

 
 

Maandag 12 maart 1945

 
7 uur             
Weer opstaan.
 
8 uur             
Weer naar ons werk. We hebben intussen al 7 gebouwen, waarin we mogen werken, D.P.’s inbrengen, eten uitreiken, en voor alles en nog wat zorgen.
Verder loopt de dag als gewoonlijk en komen mensen aan van allerlei verschillende nationaliteiten.
 
19 uur          
Gaan we met een paar man naar huis, want we moeten de nachtdienst opknappen (slapen in de keuken van het hoofdgebouw).
 
22 uur          
Caris en mijn persoon gaan wacht kloppen, om op 13 maart om 6 uur op te staan.
 

Dinsdag 13 maart 1945

 
6 uur             
Begint ons werk weer om slaapgerei op te ruimen en intussen is onze Italiaanse kok ook gekomen en begint de boel af te wassen en koffie te zetten. Ik ga even de gebouwen af om te kijken of er ook gepoetst wordt. (Caris gaat eten, want hij moet verder ook weer de hele dag dienstdoen.)
Ik ben verder vandaag vrij.
Thuis ga ik met Math. Ramaekers die keukendienst heeft een fijne cake bakken, die wel een beetje bruin wordt, maar even lekker smaakt.
 
14 uur          
Ga ik even kijken omdat Caris nog niet gegeten heeft of ik hem niet een uurtje af kan lossen en daar wordt mij gevraagd of ik even mee naar Roermond, Sittard en terug over Venlo wil gaan, wat ik aanneem.
Zodoende kwam ik nog eens in Holland, ik had ongeveer 8 of 9 mensen uit Roermond bij me en de rest Belgen en Fransen.
Over de grens bij Roermond begon het gejuich van de mensen die hun herkenden, we hebben vanaf de grens tot in Roermond door één juichende menige gereden. Jammer genoeg kon ik niet even naar huis gaan, maar niettemin was het een uitstapje voor mij.
 
18 uur          
Had ik de avonddienst tot 10 uur en ben ik bij de Russen blijven eten met de Commandant.
De Italianen en Polen zijn jammer genoeg vertrokken, dat waren anders fijne mensen, bijna allemaal Katholiek, wel een tikje te romantisch, wat zich reeds uitwerkt, want ze zijn al 7 maanden in hetzelfde lager geweest, wat hun zodoende hopelijk niet zwaar aangerekend zal worden. Gelukkig wilden ze per se hun meisjes bij zich houden en nemen ze mee naar Italië (waar ze er ook mee trouwen, want nu kunnen ze nog niet.)
Zo maken we telkens vrienden en over 2 of drie dagen vertrekken ze weer, erna hebben we onder de Russen vrienden gemaakt.
Eén Pool moet daar blijven, want hij spreekt vloeiend Duit en Engels en kan omdat hij de Russen kent en verstaat ons prachtig helpen en de leiding geven aan de Russen, en tevens kan hij ons prachtig helpen met kantoorwerk. Hij lijkt sprekend op Toontje van Tante Nel en loopt altijd in zijn vestje rond, doch in plaats van een pet heeft altijd een klein blauw mutsje op. Door met hem te praten heb ik veel Engels bijgeleerd.
Onderwijl ik avonddienst heb ben ik een eindje met een knappe Russische geweest wandelen, wat ik verder de hele avond en volgende dag heb moeten horen.

Woensdag 14 maart 1945
 
7.45 uur       
Begint de dag, er is vandaag niet veel te doen, er komen een paar wagens Russen aan, ongeveer 50 die wij onderbrengen.
In de namiddag komt een auto Hollanders, meest Venlonaren, aan, die wij een half uur later met een Belgische Rode Kruis-wagen bestuurd door vrouwen verder sturen.
Van een van de meisjes uit Venlo waarmee ik wat heb zitten praten krijg ik een pakje cigaretten, wat ik in dank aanneem.
Even later komt de Docter, en die vertelt mij dat Mart v. Dooren mijn kleren mee naar Roermond heeft genomen. Met de docter ga ik even de zieken bezoeken en ga vervolgens de brieven van allemaal bij elkaar doen en schrijf voor Piet en mij een briefje erbij voor Doortje [Nijs?] en doe er het een en ander voor haar bij, of ze het gebruiken kan weet ik niet, want daar kan ik niet over oordelen.
Omstreeks 6 uur komt M[..] Stanley en Luit. Rumpke en vertelt dat er morgen 5 man naar Aldenkirche moeten. (Er zijn er vanmiddag twee bijgekomen, n.l. Toon Gerits kok en Bèr Gofers). Zo blijven er hier ook 5.
Weg gaan: Caris, Francken, Petit, Nijkens en Wolter, en hier blijven Gerits, Gofers, v Doren, Ramaekers en ik als plaatsvervangend commandant.
Omstreeks 8 uur komt de docter nog eens kijken, want hij kan niet weg, hij moet wachten op olie voor zijn auto.
Vanavond lezen we ook een krant. “Veritas”. Dat is het eerste nieuws wat wij vernemen, sinds wij weg zijn en twee brieven, eentje van Doortje en een van Stienen voor ons allemaal en we zijn er blij mee, want het is of we hier al maanden zitten.
 
Kaldenkirche, 15 maart 1945
 
Hedenmorgen het commando van Caris overgenomen, waardoor ik het dubbel druk krijg.
Om 12 uur komt Kapt. Simons mij zeggen dat wij om kwart over een ook vertrekken met hem naar Moers, 10 km van Duisburg en +/- 4 km achter het front (de Rijn). Hier moeten wij een nieuw centrum opbouwen voor Displaced Persons.
Wij krijgen een huis, d.w.z. een gedeelte, want de mensen zijn er nog in en komen al vlug over de brug met cognac, waarvan we goed gebruik maken.
Wij kunnen jammer genoeg niet meer onze eigen kost doen en moeten gaan eten bij de officieren met hun personeel van het Mill. Government, wat natuurlijk goed is.
 
 
Moers, 16 Maart 1945
 
Om half 8 gaan wij eten, hiervoor moeten wij 25 minuten lopen.
Hierna worden wij naar de gebouwen gebracht, waar de Kapt. ons de nodige inlichtingen verstrekt over ons werk hier, waarna wij aan het werk gaan.
Het ziet er hopeloos uit met de gebouwen. Alle kamers zitten vol banken, kasten, stoelen, tafels, enzovoort. Ruiten staat er niet meer in en de vensters zijn gebroken.
Het geeft veel werk, en nog denzelfde dag komen er om half 4 al Displaced Persons aan, welke we gelukkig al onder kunnen brengen. Het zijn er in het geheel 101.
Na het eten moet ik Kapt. Simons verslag uitbrengen, en dat in het Engels, dat valt nog niet mee.
 
 
Moers, Zaterdag 17 Maart 1945
 
Om 7 uur staan wij op en gaan eten, waarna wij aan het werk gaan.
Het valt niet mee, om over zo een groot gebouw het werk te verdelen, en dan gaan die Russen ook nog de hele tijd lopen. Mijn mannen kunnen ze bijna niet bij zich houden, en daarom moet ik af en toe opdonderen en niet veel goeds beloven.
Het wordt laat vanavond, en eer ik klaar ben en het rapport geschreven, is het half 3.
 
 
Moers, Zondag 18 Maart 1945
 
Kwart voor 7 gaan wij met 3 man naar de Kerk.
Het wordt weer een drukke dag, want we verwachten 200 D.P.’s, welke vandaag gelukkig niet arriveren, er komen er wel ruim 50, maar deze hadden wij niet verwacht.
Het wordt weer laat, +/- 2 uur.
 
Moers, Maandag 19 Mrt 45
 
Om 11 uur komt Kapt. Wickersham en dondert flink op, waarna alles aan het werk gaat. +/- 10 [minuten] later komen mijn mannen mij vertellen dat er bijna geen mannen meer te vinden zijn, alles is spatsieren.
Met twee man kunnen we niet eens gaan eten, want daar moeten mensen doorgevoerd worden naar Roermond en eer dat gebeurd is, is het zo laat dat wij niet meer hoeven te gaan.
De Kapt. is de hele morgen weggeweest en zodoende ik kreeg ik het alleen op te knappen.
Wij zijn nu ook al in het 2e gebouw aan het werk.
Het zijn grote scholen en alles is kapot. Wij hebben dubbel zwaar werk en zijn met veel te weinig man. Om 2 uur gaan we naar bed.
 

 
 
Moers, Dinsdag 20 maart 1945
 
Vandaag weer een zware dag. De laatste Hollanders die nog hier zijn worden op transport gesteld.
We houden toezicht op het werk in gebouw 2.
Er komen steeds D.P.’s binnen, ruim 100 op de hele dag.
Vanavond schrijf ik een brief naar huis, hoe ik hem daar krijg weet ik nog niet.
Om half 3 gaan we naar bed, nadat we alle administratie voor morgen klaar hebben.
 
 
Woensd. Moers 21 Maart 1945
 
Vandaag beginnen we te registeren met twee Russen, een Dimitri Scherban en de andere Victor Tanago. De eerste is een docterszoon.
Het zijn +/- 500 mensen.
Vanmorgen om 10 uur begon ik te eten, en om 12 uur was ik klaar, ik moet overal tegelijk zijn.
Tot half 8 blijf ik in de gebouwen en ga dan verslag uitbrengen bij de Kapt., tot half 9. Dat moet in het Engels. Hierna moet ik nog een borrel met hem drinken en ga dan naar huis.
 
 
Moers, Vrijdag 23 maart 1945
 
Het wordt hier langzaamaan beter. We geven stilaan het werk over aan de Russische en Poolse Dolmetscher, en beginnen zelf te ontluizen met een motorspuit.
Het begint beter te gaan, er komen vandaag bedden, dekens en al dies meer aan, wat gesorteerd en verdeeld wordt.
 
 
 
Moers, Zaterdag 24 maart 1945
 
Vanmorgen om half 7 hebben we een extra H. Mis (de burgers mogen alleen van 10 tot 1 uur op straat) voor ons met generale absolutie en H. Communie.
Wij hebben dit gisterenavond besproken. Dit is onze Paascommunie.
 
 
Moers, Zondag 25 Maart 1945
 
Wij zijn gisteren naar ons nieuwe huis vertrokken, en zijn nu bij de Kapt. in huis.
Tegen 11 uur vertrekt weer een wagen Holl., Belgen en Fransen, waarmee ook de Russ. Dolmetcher en ik meegaan naar Lintfort, waar wij bij Kapt. Wickersham uitgenodigd zijn op diner.
Om 1 uur vragen ze mij mee met een Majoor om als tolk dienst te doen, hij moet even naar de burgemeester.
Bij de Kapt. blijven we verder de hele namiddag doorpraten, wat allemaal in het Engels en Duits gebeurt. Er zijn nog 4 vertegenwoordigers daar van D.P. centres, 2 van Lintfort en 2 van Roerord [Ruhrort] en wij met 2.
Omstreeks 5 uur worden we weer naar huis gebracht.
 
 
Moers, Maandag 26 maart 1945
 
We zijn vandaag weer aan het administreren. Ik heb er een knap Pools meisje bijgehaald, die vloeiend Duits en Russisch praat, om als tolk dienst te doen, want de meeste Russen en Polen verstaan geen letter Duits, en zijn daarbij absoluut ongeletterd.
Vanmiddag zijn de Kapt. en ik met een stel Russen naar Rijnsburg om eten te halen, wat in een zoutfabriek verstopt moet zijn.
De Kapt. en de Russen blijven zolang ondergronds, dat we bang worden. Maar als we willen gaan zoeken roept hij achter ons, waar hij door een schuilkelder naar boven is gekomen.
Als wij mee naar beneden gaan, blijkt dat onder het gehele gebouwencomplex oude gangen lopen, die nu opengehakt zijn.
We verzamelen een vrachtwagen vol levensmiddelen, meest boter, kaas en konserven (vlees, groenten en kaas).
Gisterenavond heb ik kennis gemaakt met een net Russisch meisje, dat bij ons in huis in de keuken werkt, met enkele Poolse meisjes waar niks aan is en zo gek als een rad zijn.
Hiermee blijf ik nog lang gezellig doorpraten.


Moers, Dinsdag 27 Maart 1945
 
Vandaag beginnen wij de zaak over te dragen aan de Amerikaan, omdat wij over een paar dagen zullen vertrekken. Vanavond doen wij wat gezelschapsspellen.
 
 
Moers, Woensdag 28 Maart 45
 
Vanmorgen zijn we tamelijk laat. Vandaag komen er +/- 50 Polen bij, wij brengen alle Polen onder in gebouw 2.
Wij hebben er nu +/- 600 in ons kamp. Er is vandaag ook een Russ. docter aangekomen, een chirurg.
Vanavond bespreken wij de mogelijkheid om naar huis te gaan, en krijgen 3 van ons, 2 getrouwden en de jongste, verlof om morgen te gaan en overmorgen terug te komen.
Hierna schrijf ik nog vlug een brief naar huis en een naar Dr. Van Lammeren.
 
 
Donderdag 29 Maart 1945
 
Het is vandaag de een na laatste dag dat wij hier zijn en we geven onze werkzaamheden over aan de Dolmetchers. Om half 2 vertrekken de drie verlofgangers.


Moers, Vrijdag 30 Maart 1945
 
Om 10 uur komen de verlofgangers terug en brengen mij een pakje en brieven mee.
Om 4 uur gaan wij ons zaakje inpakken.
De Kapt. en de chauffeur zijn vandaag gaan kijken naar het nieuwe kamp.
 
 
Moers, Zaterdag 31 Maart 1945
 
Om 9 uur moet ik op het D.P. centre zijn, waar de auto zal komen die ons naar Dinslaken brengt.
Om half 12 ga ik naar huis om te eten, omdat de auto niet aangekomen is.
Om half 1 komen ze mij vertellen dat er een auto is met een Franse chauffeur, die zich verlaat had, omdat hij de weg niet wist.
Half 2 vertrek ik met de Poolse en Russische meisjes, die ik naar een D.P. centre moet brengen bij Aldenkirche. (Een van de kleine kampen van Caris.)
Ik ben daar pas eenmaal geweest en kan het daarom niet terugvinden, en de enige oplossing dat ik ze naar mijn eigen kamp in Moers breng, waar ik de Poolse aan de Poolse commandant overdraag en voor het Russische meisje welke intussen mijn vriendin geworden is, de beste en mooiste zaal van het kamp opzoek, waar zij gelukkig ook nog vriendinnen treft.
Half 4 vertrekken wij uit Moers en komen om half 6 aan in Buschmannshof bij Dinslaken, waar wij met onze volle auto nog een 15 tot 20 Franse krijgsgevangenen opladen, die pas vrijgekomen zijn, en naar het kamp brengen.
Om half 8 staan wij met onze auto voor de school waar de Franse soldaten liggen en moeten wachten tot Kapt. Simons ons af komt halen.
Wij weten nog niet naar welk huis wij moeten.
Tegen 8 uur komt de Kapt. en zal ons voorlopig naar een café brengen, waar wij de nacht kunnen doorbrengen.
Als wij wegrijden, zien wij een auto met de Nederlandse vlag komen, welke van Caris en zijn groep blijkt te zijn.
We brengen de avond verder door met onze wederzijdse wedervaren over de beide kampen te verstrekken. Het lijkt wel of we maandenlang in plaats van dagen van elkaar zijn geweest.
 
 
 
Buschmannshof, 1 april 1945
Hoogfeest van Paasen
 
Het is Paasen, maar naar kerk gaan kunnen wij niet, want er is hier geen kerk in de buurt. Ik neem mij voor de dag zoo goed mogelijk te besteden.
Het wordt hard werken vandaag. We betrekken ons huis (wat we vandaag wel moeten doen, want morgen moeten we in het kamp werken), wat nogal wat werk met zich meebrengt, omdat het helemaal overhoop ligt.
In de namiddag roept de Kapt. Caris en mij bij zich om de zaak te bespreken, waarna wij tweeën naar het kamp moeten gaan om daar met de Dolmetchers de zaak verder te regelen.
Er zijn ruim 1500 mensen daar en het moet als het gaat een lager van 5000 man worden.
Om 6 uur gaan wij eten, en brengen onze eerste dag samen verder gezellig door.
De Kapt. is deze namiddag komen zeggen dat de groep van Caris morgen weg moet, maar dat heeft hij voor de eerste paar dagen toch ongedaan gemaakt gekregen.
 
 
 
Buschmannshof, 2 April 1945
 
Half 8 eten bij het Franse leger. Werken tot 12 uur. Rusttijd en eten tot 2 uur.
+/- 3 uur krijg ik flink kiespijn en kan vanavond bijna niet eten. Vanavond ben ik tamelijk beroerd en ga vroeg naar bed.
 
 
Buschmannshof, 3 april 1945
 
Vanmorgen arriveren 4 Franse meisjes, die ons komen helpen.
Zij slapen met de Kapt, de Amerikaanse chauffeur, de Franse chauffeur en ons tezamen in een huis en werken ook in het kamp met ons mee.
Twee spreken Engels en Duits, maar de twee anderen alleen Frans.
Van deze laatste krijg ik er een mee en nog liefst de knapste en het aardigste meisje van het hele stel.
Het is gezellig samenwerken daarmee, ondanks het spraakverschil. Maar dat mag niet hinderen. Ik versta haar, maar kan het nog niet spreken (als gebrekkig), en als ik Engels praat verstaat zij mij, maar kan het ook niet spreken (alleen maar “good morning, good evening, thank you, blankets, windows” e.d. gebroken zinnen klaarmaken).
Maar we doen beide ons best, zij om Engels te praten en ik om Frans.
Om 4 uur ga ik even naar een Amerikaans veldhospitaal en laat mij daar 2 kiezen trekken, wat mij een hele verlichting is. Ik hou wel vandaag en morgen nog mijn dik gezicht, maar de ergste pijn is weg.
De Française moet nog de hele tijd naar mijn dik gezicht kijken en begint dan telkens te lachen, maar ik kan toch vanavond weer tamelijk goed eten.
Later op den avond komen de Kapt. en de Française ombeurten nog eens naar mijn kiespijn informeren, dus ik kan over belangstelling niet klagen.
 

Sterkrade 7 april 1945
 
Vanmorgen komen wij tot de ontdekking dat het lager en het kamp waar wij gisteren gewerkt hebben totaal leeggelopen zijn, ten gevolge van de zware gevechten die vannacht gewoed hebben.
Er zijn vannacht inderdaad zware gevechten geweest en de artillerie van beide zijden heeft de hele nacht over ons heen gesuisd.
We beginnen vannacht in een school waren nog 6 Belgen en Hollanders zijn met ontluizen en inschrijven, en gaan dan naar een andere school waar zowat alles gebleven is, ± 500 man, hetzelfde werk doen. Hiermee zijn wij om 6 uur klaar.
Twee van ons zijn naar de eerste school teruggegaan, omdat daar ook weer enkele mensen zijn teruggekomen. De rest, ± 2000 man, zijn allemaal te voet naar Dinslaken vertrokken.
Als wij om 6 uur gaan eten, vertelt de Kapt. ons dat vanavond nog een groot gedeelte van de mensen terug zal worden gebracht, en even na 7 uur arriveren reeds de eerste auto’s.
De mensen worden voor vanavond naar het grote lager gebracht, om morgen uitgezocht te worden.
Om ± 9 uur zullen nog 400 mensen arriveren, welke dan in de school worden ondergebracht. Maar daarbij hoeven we dan niet te zijn.
 
Comm. Duitslandploeg 2
Te Sterkrade,
A.C. Nouwen

 
Sterkrade Zondag 8 april
 
De meeste D.P.’s zijn weer terug. Wij beginnen vandaag ons werk weer van voor af aan. Wat we twee dagen geleden begonnen zijn, is nutteloos geweest.
We gaan met 3 man naar het kamp en Petit blijft in de twee scholen. Het wordt veel geloop, daar er nog steeds mensen bijkomen.
Gerits gaat in het Italianenkamp de leiding nemen en maakt daar tevens een totaal verwaarloosde keuken gereed voor gebruik.
Wij komen vanavond zover dat we morgen weer aan ’t spuiten kunnen gaan.
 
Comm. Duitslandploeg 2
Te Sterkrade
A.C. Nouwen
 
 
Sterkrade, 10 April 1945
 
We moeten vanmorgen wachten op orders.
± 10 uur worden we door luitenant Tutuska [waarschijnlijk John Tutuska] naar de Jacobi-mijn gebracht, waar we ± 40 man krijgen om de gebouwen schoon te maken, waarmee we omstreeks 4 uur klaar zijn en dan ook direct door de luitenant naar huis worden gebracht.
Het is de eerste dag dat wij zo laat zijn begonnen en zo vroeg afgewerkt zijn.
 
Comm. Duitslandploeg 2
Te Sterkrade
A.N.­
 
 
Sterkrade, 11 Apr. 45
 
We gaan weer naar de Jacobi-mijn en zetten daar de Russen over het gehele kamp aan het werk.
De gebouwen zijn ontzettend vuil en de Russen ontzettend lui.
Van vuilheid en onmenselijkheid laat ik hiertussen een staaltje volgen:
Wij vinden vanmorgen een ziekenzaaltje! Het is gelijk aan een koestal bij een smerige boer.
Er zijn 1 patiënt aan den arm gewond en 5 TB-patiënten (in geheel zijn er 17 TB’s), welke totaal niet lopen kunnen.
Er is totaal geen verzorging, zelfs water en eten wordt hen niet gebracht. Als een van de lopende patiënten niet wat haalt, krijgen zij niets.
Zij liggen in bed in een modderpoel van hun eigen vuil.
Een van hen ligt totaal naakt en heeft een open wond aan zijn heup, waar de wormen uitkruipen. Zijn zitvlak en schoot zijn zonder vel, daar hij zijn ontlasting op zijn bed doet. Zijn hiel is een grote open zweer. Zijn bekken en totaal zijn benen zijn stijf, daar hij in de mijn een grote steen op zijn onderlijf heeft gekregen, waardoor zijn bekken en benen gebroken zijn geweest, en zomaar weer aan mekaar zijn gegroeid.
Deze man, en ook de anderen, liggen hier al lang voordat de Amerikanen hier waren en zijn nooit verzorgd geworden.
Op het ogenblik zijn hier een Russische docter en twee sanitäter aanwezig, die er zich ook niets van aantrekken.
Zulke onmenselijkheid hebben wij nog nooit gezien en hadden wij nooit gedacht ooit te zien te krijgen.
Al deze mensen zijn vanmorgen naar het ziekenhuis gebracht.
 
Ieder van ons neemt een groep barakken onder zijn toezicht en even later hebben we op wel 15-20 plaatsen een vuurtje waar we alle vuiligheid verbranden.
Omstreeks 6 uur worden wij gehaald en is onze dagtaak geëindigd.
Als wij vanavond nog even naar een van de scholen gaan, ziet Gerits nog kans om ongeveer 25 Belgen en Hollanders te verbinden, die vanmiddag te voet aangekomen zijn.
 
Comm. Duitslandpl. 2
Te Sterkrade
A.N.
 
 
Sterkrade, Donderdag 12 Apr 1945
 
Wij worden vanmorgen weer naar de Jacobi-mijn gebracht, waar wij de D.P.’s allen naar een kamp brengen. Er zijn hier n.l. 3 kampen, waar overal een gedeelte zit.
Om twaalf uur worden we weer afgehaald om te eten.
Hier staat alles klaar om te vertrekken naar Essen.
Luit. Tutuska komt mij vertellen dat hij nog niet weet of wij met hem mee moeten gaan of terug naar Kapt. Simon.
Hierover zijn zij aan ’t informeren bij Colfax [?].
Wij hebben de hele middag verder vrij.
 
Omstreeks 4 uur moeten Gerits en ik mee, om eerste hulp te verlenen aan enkele Duitsers die op een mijn zijn gelopen.
Wij rijden eerst naar een ziekenhuis om enkele brancards te halen en dan gaat het in volle vaart naar de kanalen bij Oberhausen. Hier moeten we over het eerste kanaal, over een gasleiding van ± 50 cm doorsnede en dan het tweede kanaal ongeveer 50 meter verder over een brug die zo steil naar beneden gaat dat wij ons bijna niet houden kunnen, maar we moeten ons houden, want onder liggen mijnen.
 
Onder staat al een Amerikaan bij de gewonden en de tweede laat zich ook afzakken, ongeveer 2 meter, en van daaruit moeten wij de brancards optrekken.
Met de gewonden moeten wij nu naar de andere kant van het kanaal omhoog, het is zo steil dat de Amerikaan die ons helpt uitglijdt en onder de brancard komt te liggen, wat gepaard gaat met gekerm van de gewonden.
Het zijn twee zwaargewonden en twee doden.
De Amerikanen vertrekken vandaag nog niet, dus blijven wij ook.
 
Comm. Duitslandpl. 2
Te Sterkrade
 
A.C. Nouwen


Sterkrade Vrijdag 13 Apr 1945
 
Wij hebben vandaag vrij.
Vanmorgen vertrekken de Amerikanen van het Mill. Govt. naar Essen.
De Kapt. en Luit. vertellen mij dat wij in de loop van den dag van de M.P. [?] zullen vernemen waar wij heen moeten.
Om half 6 staat de auto van het Mill. Govt. voor de deur en om 6.15 vertrekken wij ook naar Essen.
Dat wij Essen naderen, zien we aan de kapotte huizen en als wij in Essen aankomen, kijken wij toch verstomd rond, want dat het zo kapot is hadden wij niet verwacht. We hebben ongeveer een half uur door de puinhopen gereden, waar nog niet één huis meer overeind staat, zover als we kijken konden.
Als we arriveren in een kazerne gaan we eerst eten, dan afladen en onze kamers in orde maken, waarna direct de Ned. driekleur gehesen wordt.
We zijn met vijf Holl.: Gerits, Petit, v. Doren en ondergetekende, en dan nog een Interpreter uit Zeeland.
 
Comm. Duitsl.pl 2
Te Essen
A.C. Nouwen.
 
Essen, zaterdag 14 april 1945
 
Wij gaan vanmorgen eten in hotel “Essener hof”, waarna wij op gewone wijze het kamp onder handen nemen.
Er zijn ± 8000 D.P.’s aanwezig, maar eer het avond is zijn het er 10000.
De 2e en 3e dag gaat het hetzelfde.
De Holl., Belg. en Fransen worden afgevoerd naar Walsen, naar een doorganglager.
De 2e dag krijgen we een hele Russische medische staf, bestaande uit 2 doctoren, 2 hulpartsen, 1 Sanitäter en 5 verpleegsters, waarvan 2 bijna afgestudeerde artsen zijn.
16 april vertelt Kapt. Henson [mogelijk Gus C. Henson] mij dat hij waarschijnlijk weet waar Kapt. Simon is en dat we waarschijnlijk morgen teruggaan, waarover Luit. Titusca [Tutuska?] zijn beklag maakt.
 
17 Apr. Moeten we ons klaarmaken om terug te gaan. Kapt. Simons is nog steeds in Voerde (Buschmannshof).
Omstreeks 5 uur arriveren wij aldaar, waar het kamp er intussen prima uitziet.
Kapt. Simon zegt vanavond dat wij naar Walsen het doorgangslager in orde moeten maken.
 
A.N. Comm. Duitsl.pl. 2
Buschmannshof

Donderdag 19 april 45, Walsum
 
Wij starten met 300 man te laten vertrekken naar Holland, welke we eerst moeten inpuiten.
Om 10 uur gaan we aan het werk, op de gewende manier, wat tamelijk moeilijk is, daar het meest Nederlanders zijn, waarmee het niet gemakkelijk werken is, daar zij schijnbaar niet van properheid houden.
Vanmorgen hebben we ook nog een Belgische SS man vast moeten zetten, daar de Belgen niet met hem wilden huizen.


Vrijdag 20 April 1945
 
Vandaag zullen geen mensen vertrekken.
We treffen enkele regelingen omtrent administratie, ontluizing en dergelijke.
Omstreeks 12 uur gaan Gofers en ik met een Duitse docter hulp verlenen bij een auto ongeval, waarbij een vrouw schedelbasisfractuur heeft en een kind dood.
Vanavond krijg ik van Kapt. Simon opdracht om voor morgen 300 mensen extra klaar te maken voor transport.
 
 
Zaterdag 21 april
 
Wij beginnen direct met nog een gedeelte van de mensen te spuiten, zodat we 600 mensen klaar voor transport hebben.
Omstreeks 10 uur varen 300 mensen af, maar van de 300 extra merken we niets vandaag.
Wij beginnen ook direct te spuiten om de rest van de Belgen, Fransen en Holl. klaar te krijgen.

 
 
Zondag 22 april
 
Het transport wat vandaag vertrekken moet gaat weer niet door.
De rest van de mensen wordt nog ingespoten.
Van nu af worden alle mensen gelijk als ze zich in laten schrijven ontluisd. De administratie wordt beter ingedeeld en ook het toezicht over het lager.
Vanmorgen komen een kolonel en nog enkele officieren informeren.
Morgen komt hier een andere groep met één kapt. en 2 luit’s, die voor het kamp zullen zorgdragen en als wij ons beklag indienen over materiaal, voedsel e.d. beloven zij daar direct voor te zorgen. In ieder geval krijgen wij beschikking over meer transportmiddelen.
Wij zijn zo ver dat wij morgen met beter opgezette leiding voort kunnen gaan. Wij zijn in 4 dagen zo ver als wij het hebben wilden.
 
 

Maandag 23 april
 
We beginnen vandaag met alle Holl. weg te transporteren. Alleen de leiding, welke uit Holl. bestaat, en het keukenpersoneel blijft.
Des namiddags ga ik even met de Kapt. naar een asfaltfabriek enkele plaatsen verder om asfalt te organiseren.
De Belgen en Fransen, welke nog in tentjes buiten zitten, worden nu ook in de barakken ondergebracht.
 
Comm. Duitslandpl. 2
Te Walsum
A.C. Nouwen
 
 

Dinsdag 24 april
 
Om 10 uur staan 2 wagens klaar en komt Caris vertellen dat wij achtermekaar ons klaar moeten maken om te vertrekken naar Bielefeld en een half uur later vertrekken wij.
Om half 6 komen wij in Bielefeld aan, waarna Caris met zijn groep ongeveer 40 km door rijdt naar een ander lager.
Wij gaan naar Hotel Stadt Bremen om te slapen.

 
Woensdag 25 april, Bielefeld
 
In het kamp (een grote kazerne) zijn reeds ± 10.000 mensen ondergebracht, alles doormekaar.
Wij beginnen met het hele zaakje te rangschikken en krijgen dan 2 gebouwen voor Fransen, 2 voor Polen, 1 voor Italianen, 2 voor Holl. en 2 voor Belgen. Bij de Holl. zitten ook nog ± 100 Joeslaven en de Russische medische staf.
 
Comm. Duitslandpl 2
Te Bielefeld
A.C. Nouwen
 
 
Donderdag 26 april
 
Wij nemen ieder een gedeelte van de gebouwen en krijgen het hele kamp schoon en regelen de werkverdeling bij de verschillende nationaliteiten.
Kapt. Simons heeft ons “Specialisten” genoemd wat betreft het in orde brengen van lagers, wat ons groep geloof ik wel bewezen heeft te zijn.
Wij werken in het lager onder leiding van sergeant Luce Harmand, een Franse vrouwelijke sergeant, met wie het prettig werken is.
 

 
 
Zaterdag 28 april
 
Hetzelfde werk als gisteren.
Krijgsgevangenen worden afgevoerd en civils komen steeds maar aan.
Wij zijn vanmorgen verhuisd van Hotel Stadt Bremen naar een huis tegenover de kazerne, we hebben hier een mooie flatwoning.
 
 
Zondag 29 april
 
Na het eten gaan wij om 9 uur naar de H. Mis, in een van de vele garages in de kazerne, waar de H. Mis wordt opgedragen door een Amerikaanse aalmoezenier.
Het is voor de eerste keer dat er eens op zondag niet openlijk gewerkt wordt. Alleen de diverse kantoren werken ongeveer normaal.
Op het hoofdkantoor is het geloof ik nog niet zo druk geweest als vandaag. Er komen weer verschillende transporten mensen aan.
De laatste paar dagen zijn we telkens door onze vrouwelijke sergeant met de truck weggebracht, wat wel wat schokkerig gaat, maar het ging, hoewel de Franse chauffeur haar een paar keer het stuur uit handen heeft moeten nemen, om ongelukken te voorkomen, als zij aan het slingeren was.
 
 
Maandag 30 april
Verjaardag van Princes Juliana
 
Vandaag hebben wij 2 gebouwen schoon te maken.
Gerits controleert de 3 keukens, daar er geklaagd wordt over het eten.
Enkele gebouwen worden van nationaliteit verwisseld, zodat we alle nationaliteiten in groepen bij elkaar krijgen.
De Holl. zetten voor vanavond een non-stop-revue in elkaar en een dansavond.
Het werk wat we eerst dachten dat het meeviel valt tegen, het is hard werken. Gelukkig hebben we hulp van 2 Franse chauffeurs met hun auto’s, en een stel Amerikaanse soldaten.
 
Comm. Duitslandpl. 2
Te Bielefeld
A.C.N.
 
 
Bielefeld, Dinsdag 1 mei 1945
 
Vandaag hebben we een mooi werkje. We zetten een stel Duitsers aan het werk om het gehele kamp schoon te maken. Het is vandaag de nationale feestdag voor de Russen. Jammer dat we bijna geen Russen in ons kamp hebben.
 
 
Donderdag 3 mei 1945
 
Vandaag nationale feestdag voor de Polen.
We beginnen weer hetzelfde werk. Omstreeks 11 uur gaan we met de Polen naar de garage, waar door een Amerikaanse aalmoezenier een H. Mis van dankzegging wordt opgedragen. Vanavond wordt er bij de Polen gedanst, waar we ook even een kijkje gaan nemen.

Bielefeld, vrijdag 4 mei 1945
 
Vanmiddag gaan Gerits en ik met een Franse chauffeur sigaren organiseren in een fabriek in Bünde, waarin Amerikanen zijn, welke we daar niet verwacht hadden. Maar we krijgen er toch 1600 stuks.
Als we terugkomen staan de Hollanders op punt van vertrek.
We zijn net op tijd terug, zodat niemand iets gemerkt heeft.
Er gaan 970 Hollanders op transport. Vanavond zetten we een nieuwe administratie en een nieuw kommando op bij de hollanders die nog overblijven.
 
Vanavond komt het grote nieuws over de radio dat Nederland vrij is, wat voor ons een ondenkbaar, onkenbaar gevoel is. Het is een vreemd blij gevoel voor ons, wat wij niet kunnen uitdrukken.
Wij verlangen allen om naar huis te gaan al is het maar voor even.
De hele avond houden wij de berichten op de radio bij en wij voelen ons alleen.
 
 
Bielefeld, Zaterdag 5 mei 1945
 
Alles blijft vandaag hetzelfde in het kamp, er vertrekken vandaag geen Hollanders. Het resterende gedeelte wordt in een gebouw ondergebracht en opnieuw geregistreerd.
Het andere werk gaat gewoon zijn gang.
De Fransen hebben een grote garage prachtig ingericht, welke vanavond wordt geopend als danshal (liberato hall). Het orkest is vrij goed.
 

Bedankbrief




 

Terug naar Theater
"In Moers werd mij een bijbel gegeven, met het verzoek deze aan u te geven""Ik hoop dat het adres nog hetzelfde is en dat u deze brief bereikt""Met groeten van een onbekende aan een onbekende verblijf ik""Wij zorgden voor de repatriëring van de daar te werk gestelde buitenlanders""In 1945 was ik met het Rode Kruis in Duits- land voor de repatriëring van te werk gestelden"Weet u meer? Mail naar: tips@oscarkocken.nl
p. 332